Hoge Raad beperkt ambulante drang behandeling psychiatrie



Vrijdag 29 april j.l. deed de Hoge Raad een verstrekkende uitspraak over de 'voorwaardelijke rechtelijke machtiging' en de 'paraplumachtiging'. Deze twee vormen van ambulante 'drang' behandeling gelden nu voor honderden psychiatrische patiënten. Door deze uitspraak dreigt volgens de Nederlandse Verening Voor Psychiatrie voor een deel van hen dat  óf slechts ambulante vrijwillige zorg overblijft (met risico dat ze afhaken en verkommeren) óf voor hen een gedwongen opname moet worden gevraagd.

De Advocaat Generaal stelt in deze uitspraak zelf de vraag of hier het zelfbeschikkingsrecht zich niet keert tegen de patiënt. De NVvP vreest dat deze juridisch correcte uitspraak kan leiden tot enerzijds meer verkommerden en anderzijds meer gedwongen opnames. Bij geen van beide is de patiënt gebaat. 

Patiënten konden tot 2004 met een zogenaamde 'paraplu machtiging' onder enige drang buiten het ziekenhuis worden verplicht tot meewerken aan hun behandeling. Vanaf 2004 trad een nieuwe wet in werking: de Voorwaardelijke Rechtelijke Machtiging. Hierin was plotseling de eis opgenomen dat de patiënt tevoren moet instemmen met het gedwongen behandelplan. De beroepsgroep heeft meermalen aangegeven dat de voorwaardelijke RM niet goed bruikbaar is. De Minister heeft daarop een ruimere omschrijving gegeven van het instemmingsvereiste.  Toch bleven psychiaters en rechters ook teruggrijpen op de eerdere (beter geregelde) 'paraplumachtiging'. 
 
Nu spreekt de HR uit dat bij de voorwaardelijke rechtelijke machtiging (RM)  'de patiënt zich bereid toont tot het naleven van de voorwaarden én in staat is om de gevolgen daarvan te overzien'. Dit betekent in de praktijk dat minder patiënten zo'n voorwaardelijke RM zullen krijgen. Immers psychiatrische patiënten weigeren vaak die instemming én deze RM is juist voor patiënten die vaak n¡et goed de gevolgen van hun handelen kunnen overzien. 
Ten tweede stelt de Advocaat Generaal dat er voor de zogenaamde 'paraplumachtiging' géén plaats meer lijkt. Recent werd juist duidelijk dat steeds meer artsen en rechters kozen voor die  paraplumachtiging, omdat die beter werkt dan de voorwaardelijke RM. Te vrezen is dat rechters dit beleid nu niet kunnen voortzetten. Als oplossing schetst de Hoge Raad dat vaker een machtiging voor dwangopname zal worden aangevraagd. 
 
In de uitspraak oppert de Advocaat Generaal de vraag of het recht op zelfbeschikking zich hier tégen de patiënt gaat keren. De NVvP beaamt dit.  
Nu nog worden honderden patiënten met deze vormen van drang buiten het ziekenhuis begeleid op een voor hen redelijke acceptabele wijze. De RM is de stok achter de deur, die hen overtuigt hun medicijnen te nemen en zich aan afspraken te houden. Straks zal dat voor een (groot?) aantal van hen vervallen. De behandelaar rest dan twee keuzes. Hij kan kiezen te proberen de behandeling zónder RM vrijwillig voort te zetten. Maar dit zal in veel gevallen leiden tot verstoring van moeizaam opgebouwd evenwicht, met risico van uit zorg raken en verkommering. De andere keuze is echter nog onaantrekkelijker: om patiënten bij wie het met ambulante drang nog (net) goed ging, nu opnieuw onder dwang te gaan opnemen. Dit is vanuit zorgethiek onwenselijk en bovendien zullen de psychiatrische ziekenhuizen die tientallen (of mogelijk zelfs honderden ?) extra opnames moeilijk of niet kunnen verwerken. 
 
Op de uitspraak van de Hoge Raad valt volgens de NVVP niets aan te merken. De uitspraak toont wat vanuit de beroepsgroep en vele anderen eerder is gesteld: de in 2004 ingevoerde voorwaardelijke rechtelijke machtiging functioneert niet. Dat is een groot manco in een steeds meer ambulante geestelijke gezondheidszorg zorg. In andere landen bestaan goede regelingen, die ook binnen Europese rechtsopvattingen goed passen. Hiermee wordt de noodzaak van fundamentele wijziging van de Wet BOPZ in de richting van een 'behandelwet' opnieuw duidelijk. Gelukkig heeft de Minister op 23 maart in de Tweede Kamer toegezegd dat een in te stellen Evaluatiecommissie een brede opdracht en samenstelling zal krijgen, waarbij deze vragen aan de orde kunnen komen. Maar dat vraagt tijd. Daarom zal er na deze uitspraak eerst een noodoplossing moeten komen om de ambulante 'drangbehandeling' nog enigszins mogelijk te laten blijven.  
 

bron:NVVP



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: