Selecteer een pagina

Deze zaak betreft de aanvrage tot
herziening van de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch van
9 februari 2004. Deze aanvrage is namens de heer E. Louwes op 27
juli 2006 bij de Hoge Raad ingediend door mr. G.G.J. Knoops,
advocaat in Amsterdam. Op 15 november 2006 heeft de raadsman de
aanvrage mondeling toegelicht. Op 20 maart 2007 heeft de
advocaat-generaal Machielse zijn conclusie genomen. In deze
conclusie heeft hij de Hoge Raad geadviseerd om, alvorens verder te
beslissen, uit zijn midden een raadsheer-commissaris aan te wijzen
met het oog op het horen van twee verbalisanten, die op 18 oktober
1999 een getuige hebben gehoord, teneinde duidelijkheid te
verschaffen over de inhoud van de verklaring die de getuige heeft
afgelegd.Subsidiair heeft advocaat-generaal Machielse geconcludeerd
dat de Hoge Raad de aanvrage tot herziening ongegrond zal achten en
deze zal afwijzen.

De uitspraak van de Hoge Raad:

De Hoge Raad heeft in een tussenarrest
beslist dat de twee verbalisanten nader gehoord dienen te worden.
De Hoge Raad heeft dit opgedragen aan een raadsheer-commissaris.
Voor het overige heeft de Hoge Raad nog geen beslissing genomen
over de gegrondheid van het herzieningsverzoek. Hij houdt iedere
verdere beslissing aan totdat dit nader onderzoek zal zijn
verricht.

Bron: Hoge Raad der Nederlanden