Hoge Raad verwijst Clickfondszaken naar hof Amsterdam



Den Haag, 7 december 2004 - De Hoge Raad heeft de uitspraken van het
hof Amsterdam van 14 februari 2003 vernietigd en de zaken naar dit hof
terugverwezen om opnieuw te worden behandeld.


Achtergrond

In het kader van een onderzoek naar fraude in de effectenhandel, het
zogenoemde Clickfondsonderzoek, bestond in 1997 het voornemen
rechtshulp van de Zwitserse autoriteiten in te roepen. Daarnaast was er
een strafrechtelijk financieel onderzoek gaande tegen een wegens
drugshandel veroordeelde. Om diverse redenen is besloten tot combinatie
van deze twee rechtshulpverzoeken.

De namen van de drie verdachten en hun betrokkenheid bij bepaalde
rekeningen zijn pas bekend geworden tijdens het onderzoek dat als
gevolg van de verzochte rechtshulp is verricht.

Bij de vervolging van de drie verdachten is als verweer gevoerd,
kortweg,  dat de Zwitserse autoriteiten door onduidelijkheden in
de rechtshulpverzoeken misleid zijn en dat de namen van de verdachten
pas bekend zijn geworden nadat de Zwitserse autoriteiten uitvoering
hebben gegeven aan het rechtshulpverzoek. Die misleiding zou het gevolg
zijn van een afwijking in de Duitstalige versie van het
rechtshulpverzoek die een passage bevat die niet voorkomt in de
Nederlandstalige versie.

Het hof Amsterdam heeft op 14 februari 2003 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.

Tegen deze uitspraken van het hof heeft het Openbaar Ministerie beroep
in cassatie aangetekend. De advocaten van de drie verdachten hebben
verweer gevoerd tegen deze cassatieberoepen.

Als advocaten treden op voor verdachte Du C: mr. A.A. Franken te
Amsterdam, voor verdachte V: mr. R.A. Fibbe te Rotterdam en voor
verdachte A: mr. M. Zee te Purmerend.

Op 29 juni 2004 heeft de advocaat-generaal Wortel in zijn conclusies de
Hoge Raad geadviseerd tot vernietiging van de uitspraken van het hof en
tot verwijzing van de zaken naar een aangrenzend hof om opnieuw te
worden berecht en afgedaan.

Samenvatting van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden (buiten verantwoordelijkheid van de Hoge Raad)

De uitspraak van de Hoge Raad houdt, samengevat, het volgende in.

De door het hof gegeven motivering voor de beslissing het Openbaar
Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren wordt onvoldoende
begrijpelijk geoordeeld. Enerzijds wordt daarin uitgegaan van
daadwerkelijke misleiding van de Zwitserse autoriteiten en anderzijds
wordt overwogen dat er mogelijkerwijs sprake was van misleiding,
terwijl ter terechtzitting van het hof door het Openbaar Ministerie was
aangekondigd dat een standpunt van de Zwitserse autoriteiten over de
vraag of deze zich daadwerkelijk misleid achtten binnen afzienbare tijd
langs officiële weg bekend zou worden. De tekst en opbouw van het -
Duitstalige - verzoek kan verder als zodanig niet als misleidend worden
beschouwd.

Verder is onvoldoende gemotiveerd het oordeel van het hof dat sprake
was van de bedoeling om de Zwitserse autoriteiten te misleiden.

De door het Openbaar Ministerie ingediende cassatiemiddelen worden
daarom gegrond geacht en de arresten van het hof zijn vernietigd.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de zaken tegen deze
drie verdachten opnieuw moeten worden behandeld door het hof te
Amsterdam.

Bron: Gerechtelijke organisatie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: