Selecteer een pagina

De rechtbank heeft op 24 mei 2007 vonnis
gewezen in de zaak tegen één van de personen die
wordt verdacht van betrokkenheid bij de gewelddadige dood van Milan
de Groot op 4 maart 2006. De rechtbank heeft deze verdachte volgens
het strafrecht voor minderjarigen veroordeeld voor doodslag, samen
met een ander gepleegd, tot de maximale jeugddetentie voor de duur
van 2 jaar en hem voorts de maatregel plaatsing in een inrichting
voor jeugdigen (maatregel PIJ) opgelegd. Het Openbaar Ministerie in
Alkmaar heeft hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis.

Het Openbaar Ministerie is van mening dat
bij de verdachten sprake is geweest van een vooropgezet plan om
Milan de Groot te doden en derhalve van moord in plaats van
doodslag. Ook is het Openbaar Ministerie van mening dat de
verdachte op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden
waaronder het feit is begaan en de persoonlijkheid van de verdachte
(onder meer blijkend uit zijn proceshouding) volgens het
meerderjarigenstrafrecht moet worden berecht. Om die reden is op 10
mei 2007 een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar
geëist.

De verdachte heeft niet mee willen werken
aan een objectief en onafhankelijk persoonlijkheidsonderzoek zoals
door de rechtbank was bevolen. Hij heeft alleen zijn medewerking
verleend aan een persoonlijkheidsonderzoek door deskundigen die op
initiatief van zijn raadsman waren ingeschakeld. Blijkens het
vonnis heeft de rechtbank haar oordeel te straffen volgens het
minderjarigenstrafrecht in belangrijke mate op deze laatste
rapportage gebaseerd. Het Openbaar Ministerie stelt zich op het
standpunt, zoals ook ter zitting aangevoerd, dat deze rapporten
terzijde dienen te worden geschoven gezien de weigerachtige houding
van de verdachte ten opzichte van het door de rechtbank bevolen
onderzoek. Aangezien de rechtbank in haar vonnis geen overweging
heeft gewijd aan dit principiële standpunt, ziet het Openbaar
Ministerie ook op dit punt noodzaak de zaak voor te leggen aan een
hogere rechter.

Het is nog niet bekend wanneer het hoger
beroep bij het Hof in Amsterdam zal plaatsvinden.

bron:OM