Het Openbaar Ministerie in Alkmaar heeft
hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank waarbij
een docent van het Jan Arentsz College is vrijgesproken. De docent
was door het Openbaar Ministerie gedagvaard op verdenking van het
veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld tijdens het
ontsteken van een kampvuur. Er was 180 uur werkstraf en een
voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden geëist. Het
hoger beroep is ingesteld omdat het Openbaar Ministerie zich niet
kan vinden in de uitleg die de rechtbank heeft gegeven aan het
juridische begrip schuld.

De docent heeft op 16 juni j.l. tijdens
een klassenfeest op het strand bij Castricum wasbenzine op een
smeulend kampvuur gesprenkeld. Daarbij ontstond een steekvlam
waardoor drie leerlingen brandwonden hebben opgelopen. De rechtbank
geeft in het vonnis aan dat er sprake is geweest van een
uitzonderlijk ongeval waarbij de docent niet had kunnen voorzien
dat er een grote horizontale vlam zou optreden. De gevolgen van het
ongeval zijn daarom aan de docent niet toe te rekenen, aldus de
rechtbank.

Naar mening van het Openbaar Ministerie
geeft de rechtbank met dit vonnis aan het juridische begrip schuld
een andere invulling dan tot nu toe in de jurisprudentie
gebruikelijk is geweest. Of deze invulling de juiste is, acht het
Openbaar Ministerie een vraag die tenminste ook door een hogere
rechter moet worden beantwoord.

Het is nog niet bekend wanneer het hoger
beroep bij het Hof in Amsterdam zal plaatsvinden.

bron:OM