De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage heeft maandag uitspraak gedaan in het kort geding dat Willem Holleeder, die in voorlopige hechtenis in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught verblijft, had aangespannen tegen de Staat.
Het kort geding ging over de vraag of de aanwezigheid van een glazen scheidingswand bij de gesprekken tussen Holleeder en zijn advocaat rechtmatig is jegens Holleeder. De aanwezigheid van de scheidingswand is verplicht op grond van de huisregels van de EBI.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de toepassing van de huisregels van de EBI in algemene zin niet onrechtmatig jegens Holleeder. Tegen de weigering van de directeur van de EBI om in Holleeders geval van de huisregels af te wijken, had Holleeder naar het oordeel van de voorzieningenrechter beklag kunnen indienen bij de beklagcommissie van de EBI.

Vordering
Holleeder vorderde dat hij in staat wordt gesteld om zijn verdediging met zijn advocaat voor te bereiden in een normale advocatenruimte, zonder auditief toezicht en zonder dat hij door een glaswand van zijn advocaat wordt gescheiden. Hij had zijn vordering primair gebaseerd op de stelling dat de toepassing van de huisregels van de EBI in algemene zin onrechtmatig is jegens hem omdat die een inbreuk maakt op zijn recht op vrij en onbelemmerd persoonlijk contact met zijn advocaat. Subsidiair berustte de vordering op de stelling dat de directeur van de EBI Holleeders verzoek om in zijn specifieke geval van de huisregels af te wijken niet heeft ingewilligd.

Oordeel voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter heeft alleen een inhoudelijk oordeel gegeven over de vraag of de toepassing van de huisregels van de EBI in algemene zin onrechtmatig is jegens Holleeder. Dit is naar het oordeel van de rechter niet het geval. Het staat een penitentiaire inrichting als de EBI, waar een zeer hoog beveiligingsniveau geldt, vrij om een algemeen verbod uit te vaardigen ten aanzien van direct persoonlijk contact tussen een gedetineerde en zijn advocaat, mede nu het blijkbaar mogelijk is om onder bijzondere omstandigheden een uitzondering op dat verbod te maken. De plaatsing van de glazen scheidingswand levert onmiskenbaar een belemmering in het verkeer tussen beiden op, maar is niet per definitie ongerechtvaardigd of disproportioneel.

Over de weigering van de directeur van de EBI om in het specifieke geval van Holleeder af te wijken van de algemene regel betreffende het contact tussen een gedetineerde en zijn advocaat, heeft de voorzieningenrechter niet inhoudelijk geoordeeld. Voor zover Holleeders vordering gericht was tegen deze weigering, is hij naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk in zijn vordering. De weg naar de burgerlijke rechter lag voor hem niet open, omdat er tegen deze weigering een andere rechtsgang openstond. Op grond van de Penitentiaire beginselenwet had hij namelijk de mogelijkheid om tegen de beslissing van de directeur beklag te doen bij de beklagcommissie van de EBI en eventueel beroep in te stellen bij de beroepscommissie uit de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.

Bron: Rechtbank 's-Gravenhage