Hulpverlening onvoldoende voorbereid op rampen



In een dichtbevolkt land als Nederland kan een ramp ernstige gevolgen hebben. Daarom is het van belang dat de hulpverlening goed weet hoe te handelen als er een ramp gebeurt. Na het bijwonen van 41 oefeningen concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg echter dat de hulpverlening daar nog onvoldoende op voorbereid is.

De inspectie onderzocht de keten van hulpverleners die ingezet worden als er een ramp of zwaar ongeval gebeurt: de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR). Deze keten bestaat uit de Centrale Post Ambulancezorg, de ziekenhuizen, de GGD's, het Rode Kruis, de GGZ, de ambulancediensten en de huisartsen. De GHOR staat onder verantwoordelijkheid van de Regionaal Geneeskundig Functionaris binnen een veiligheidsregio.  

Opvallend is dat de Centrale Post Ambulancezorg nauwelijks aan de oefeningen meedoet en daarom geen routine opbouwt, terwijl zij een cruciale rol vervult in de regievoering over de inzet van medische hulpverleners. Ambulancediensten hebben een tekort aan ambulances en doen daarom ook te weinig mee aan de oefeningen. De inspectie eist dat de Regionaal Geneeskundig Functionaris op korte termijn regelt dat de Centrale Post Ambulancezorg, de ambulancediensten en de mobiel medische teams volwaardig meedoen aan oefeningen.  
 
De inspectie keek ook naar de inzet van de brandweer. De brandweer is meestal als eerste ter plaatse bij ernstige ongelukken, als medische hulpverleners het rampterrein nog niet mogen betreden. In zulke gevallen moet de brandweer de eerste levensreddende handelingen doen. De brandweer houdt deze vaardigheden niet goed bij, ook al heeft elke brandwacht een certificaat levensreddend handelen. Daarnaast zijn de brandweer en de medische hulpverlening niet goed getraind om grote groepen mensen te kunnen ontsmetten bij chemische of nucleaire rampen. Evaluaties van de oefeningen zijn nauwelijks beschikbaar, waardoor anderen niet van de ervaringen kunnen leren. De brandweer is verantwoordelijk voor het opstellen van de evaluaties. 
 
Oefeningen worden betaald vanuit rijks- en gemeentelijke bijdragen, maar dat verschilt per regio. Het College Tarieven Gezondheidszorg stelt de tarieven voor de reguliere zorg vast. Het is onduidelijk hoe groot het bedrag is dat bestemd is voor oefeningen. De inspectie adviseert de minister van VWS om de GHOR meer duidelijkheid te verschaffen welke financiële regeling hier geldt.  
 
bron:Inspectie Gezondheidszorg



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: