De hypotheekschuld van Nederlandse
huishoudens is het afgelopen decennium explosief gegroeid en is
hard op weg de omvang van het bruto binnenlands product (BBP) te
overtreffen. De waarde van de woningen dekt de hypotheekschuld nog
ruimschoots.Dat blijkt uit de gegevens van het CBS.

Huishoudens dieper in de schulden

Nederlandse huishoudens hebben zich de
afgelopen tien jaar steeds dieper in de schulden gestoken. De
hypotheekschuld van huishoudens is gestegen van 140 miljard euro in
1995 tot ruim 500 miljard euro eind 2005. Daarmee was de
hypotheekschuld gelijk aan 99 procent van het BBP. In de eerste
helft van 2006 groeide de schuld met 7 procent verder tot 537
miljard euro. De verwachting is dan ook dat de hypotheekschuld van
Nederlandse huishoudens eind 2006 voor het eerst hoger zal zijn dan
het BBP. Per huishouden met een eigen huis bedraagt de
hypotheekschuld nu ongeveer 150 duizend euro.

Tempo schuldengroei steeds hoger

In 1995 bedroeg de hypotheekschuld van de
Nederlandse huishoudens 46 procent van het bruto binnenlands
product (BBP). Vooral de laatste jaren is het tempo van de
schuldtoename als percentage van het BBP sterk gestegen. De stap
van 60 naar 80 procent van het BBP kostte nog vijf jaar
(1998–2003), de stap van 80 naar 100 procent werd in twee
jaar gemaakt (2004–2005).

Dekkingsgraad hypotheken 36 procent

De waarde van de Nederlandse woningen dekt
de hypotheekschuld van huishoudens ruimschoots. Eind 2005 bedroeg
de totale uitstaande hypotheekschuld 36 procent van de totale
WOZ-waarde van woningen ter grootte van 1 392 miljard euro.

Opvallend is dat de hypotheekschuld de
laatste jaren sneller is gegroeid dan de woningwaarde-index, die de
waardeontwikkeling van bestaande koopwoningen meet. De stijging van
de woningwaarde was de afgelopen drie jaar en in het eerste
halfjaar van 2006 relatief gematigd, de totale uitstaande
hypotheekschuld nam in hoog tempo toe.

Financieel vermogen groeit

Ondanks de forse toename van de
hypotheekschuld verbeterde het financiële vermogen van
huishoudens sinds 2002, na twee jaren van daling. Eind 2005 lag het
financieel vermogen van huishoudens met 921 miljard euro weer boven
het niveau van 2000. Het overgrote deel van dit financiële
vermogen bestaat uit voorzieningen voor pensioen- en
levensverzekeringen. De omvang van deze reserves steeg in 2005 tot
856 miljard euro. Dit kwam vooral door de gunstige
koersontwikkeling van aandelen.

bron:CBS