In 2004 hielden veel meer mensen rond hun
60ste jaar op met werken dan in de jaren daarvoor. Deze toename
hangt samen met de vergrijzing en het inkrimpen van het
personeelsbestand door werkgevers. Dat blijkt uit de ervaringen van
het CBS.

Uittreding rond 60ste jaar toegenomen

De bevolking in de leeftijd van 55 tot 65
jaar groeit sterk. Mede hierdoor is het aantal werkenden van deze
leeftijd sterk toegenomen, evenals het aantal mensen dat vervroegd
uittreedt. In 2004 hielden 120 duizend werkenden van 55 tot 65 jaar
ermee op. Een jaar eerder waren dit er nog 92 duizend. Vervroegde
uittreding kan komen door pensionering, maar ook door ontslag,
ziekte of andere oorzaken.

Op alle leeftijden meer uittreders

In verhouding tot het aantal werkenden is
de vervroegde uittreding tussen 2000 en 2002 afgenomen, maar daarna
gestegen. Van de 60-jarigen die in september 2002 werkten, was 23
procent een jaar later gestopt. Van de 60-jarigen in september 2003
was dat 28 procent. Ook op andere leeftijden ging de uittreding
omhoog.

Meer uittreders met prepensioen

De grotere uittreding heeft te maken met
de sociale plannen bij de overheid en het bedrijfsleven die het
vertrek van ouderen stimuleren. Zo is de instroom in de regelingen
voor prepensioen bij de sectoren overheid en onderwijs fors
toegenomen. Al met al was de uitstroom van ouderen in 2004 de helft
groter dan vier jaar eerder.

Gemiddelde leeftijd bij uittreding
nauwelijks veranderd

De werkenden van 55 tot 65 jaar die in
2004 stopten waren gemiddeld bijna 60 jaar oud. De gemiddelde
leeftijd bij stoppen is in de periode 1999–2004 nauwelijks
veranderd. Mannen zijn gemiddeld 0,4 jaar ouder dan vrouwen als zij
ophouden met werken. Op 59 jaar is de uitstroom van vrouwen iets
groter dan van mannen, maar in grote lijnen is het patroon van
uittreding voor mannen en vrouwen gelijk.

bron:CBS