In oktober nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal



De ministers van de Nederlandse Taalunie hebben zich vandaag akkoord verklaard met de voorstellen voor de nieuwe editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal. Ook hebben ze ingestemd met de maatregelen die de nieuwe editie zullen begeleiden. De nieuwe Woordenlijst zal vanaf 15 oktober aanstaande verschijnen en vervangt de editie uit december 1995. Al in 1994 hebben de verantwoordelijke ministers besloten dat er om de tien jaar een nieuwe actuele editie van de Woordenlijst zou verschijnen, met behoud van de officiële spellingvoorschriften.

De ministers zullen de landen van de Taalunie - Nederland, België/Vlaanderen en Suriname - vragen om hun nationale spellingregelgeving aan de besluiten van de Taalunie aan te passen. Zij zullen Nederland en Vlaanderen voorstellen om de invoeringsdatum van de spelling volgens de nieuwe Woordenlijst vast te stellen op 1 augustus 2006. Voor zowel het Nederlandse als het Vlaamse onderwijs gaat de nieuwe situatie dus in vanaf het begin van het schooljaar 2006 2007.

De opvallendste verandering betreft het gebruik van de n- in samenstellingen met een dierennaam als eerste en een plantkundige aanduiding als tweede deel. Deze samenstellingen waren tot nu toe uitgesloten van de hoofdregel, waardoor er geen n- werd ingevoegd (kattekruid, muizekervel, paardebloem). Voortaan worden deze woorden gespeld als kattenkruid, muizenkervel, paardenbloem. De Werkgroep Spelling, die was belast met het formuleren van herzieningsvoorstellen, heeft vastgesteld dat de paardebloemuitzondering bij veel taalgebruikers aanleiding gaf tot twijfel. Vooral woorden als kreefte(n)sla (geen plantnaam maar een gerecht ) en muize(n)tarwe (geen plantnaam maar een gif) leverden problemen op. Vergelijk ook kreeftensoep en muizengif.

De andere veranderingen liggen op woordniveau en passen in de opdracht om te zorgen voor een grotere gelijkvormigheid. Het gaat vooral om aspecten die niet of heel oppervlakkig in de officiële voorschriften worden behandeld, zoals het gebruik van de hoofdletter, de schrijfwijze van afkortingen, de vervoeging van Engelse werkwoorden, de schrijfwijze van verkleinwoorden van leenwoorden uit het Engels en Frans en het aan elkaar, los of met koppelteken schrijven van combinaties uit het Engels. Dat deze aspecten voor taalgebruikers een voortdurende bron van twijfel zijn blijkt uit het aantal vragen die taaladviesdiensten te verwerken krijgen.

Wat de combinaties uit het Engels betreft wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen woordcombinaties die los worden geschreven en samenstellingen die aan elkaar worden geschreven. De bijstelling leidt tot veranderingen van het type: full colour (was: fullcolour), eyeopener (was: eye-opener), online (was: on line), pullover (was: pull-over). Een voorbeeld van aanpassing van het gebruik van kapitalen is de hoofdletter voor volkennamen. Nu is het zo dat als de naam van een volk samenhangt met een aardrijkskundige naam, er een hoofdletter wordt gebruikt - bijv. Belg, samenhangend met België. Betreft het een volk zonder land, dan moet het een kleine letter zijn: bantoe, kelt en azteek. In de nieuwe Woordenlijst is het Bantoe, Kelt en Azteek. Volgens dat principe schrijven wij voortaan ook Palestijn en Jood.

Maar de belangrijkste vernieuwing is dat de tekst van de Leidraad beter aansluit bij de behoeften van de taalgebruiker. De indeling in hoofdstukken en paragrafen is overzichtelijker en bevat een uitgebreide index met trefwoorden, zodat de taalgebruiker snel zijn weg vindt. Bovendien is het aantal taalkundige termen tot een minimum terugbracht, bevat de tekst veel meer voorbeelden en zijn er diagrammen en overzichtsschema's opgenomen.

Belangrijkste aanpassing in het alfabetische gedeelte met trefwoorden is de beperking van het aantal doorzichtige samenstellingen zonder spellingproblemen. De eerste editie bevatte vaak lange reeksen van samenstellingen met een gemeenschappelijk eerste deel, zoals de meer dan 130 trefwoorden die beginnen met geld- (geldautomaat, geldhandel, geldmarkt, geldstroom, geldzak e.d.). Voortaan zullen alleen de meest voorkomende vormen worden opgenomen, zodat er ruimte komt voor woorden die aanleiding geven tot spellingtwijfel. Hiertoe behoren onder andere leenwoorden uit het Arabisch, Hebreeuws, Jiddisch en Japans.

Omdat Suriname is toegetreden tot de Nederlandse Taalunie en de spelling van de Taalunie ook in de Republiek Suriname officieel zal worden ingevoerd, zijn ook specifiek Surinaams-Nederlandse woorden opgenomen. Het gaat om ongeveer vijfhonderd gewone woorden die in Vlaanderen en Nederland niet bekend zijn. Tien jaar geleden werden al trefwoorden opgenomen die alleen in Nederland of alleen in Vlaanderen werden gebruikt. Woorden die specifiek zijn voor één variëteit van het Nederlands worden niet speciaal gemarkeerd. De Woordenlijst wil alleen op spellinggebied normatief zijn. Zij schrijft niet voor welke woorden goed Nederlands zijn.

De Taalunie heeft samenwerking gezocht met de makers van andere gezaghebbende spellingbronnen, zoals woordenboeken en programma's voor spellingcontrole. In het vervolg zullen al die partijen gebruikmaken van precies dezelfde set regels en principes en zal er afstemming plaatsvinden als er zich bij toepassing van de regels problemen voordoen. Producten waarvan de spelling overeenkomt met de Woordenlijst mogen een spellingkeurmerk van de Taalunie voeren. Dat merkteken is een garantie dat de betrokken producten als gezaghebbende spellingbronnen kunnen worden gebruikt.

Op 15 oktober aanstaande verschijnen de herziene Woordenlijst en verschillende andere bronnen die het spellingkeurmerk van de Taalunie mogen voeren. Ruim voor die tijd, op 15 juni aanstaande, zullen de basisgegevens beschikbaar zijn voor alle uitgevers, ook die van niet-taalkundige werken. Met de uitgevers van schoolboeken zal de Taalunie nagaan hoe ze hun methodes het beste aan de herziene Woordenlijst kunnen aanpassen en hoe de Taalunie daarbij kan helpen.

Burgers kunnen vanaf 15 oktober 2005 de Woordenlijst kosteloos raadplegen via de website van de Taalunie (www.taalunieversum.org). Met vragen kunnen ze vanaf die datum terecht op de taaladviessite van de Taalunie (www.taaladvies.net). De taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal en de Dienst Taaltelefoon van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zullen de vragen beantwoorden.

In de Nederlandse Taalunie voeren de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid gezamenlijk beleid op het gebied van Nederlandse taal, onderwijs en letteren. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende en creatieve manier kunnen gebruiken.

bron:Taalunie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: