Informatie over de brief op lichaam Van Gogh



Inleiding
In de brief van 2 november jl. hebben wij u, mede
namens de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, geïnformeerd
over de tot dan bekende feiten rond de moord op de heer Van Gogh. In
deze brief hebben wij u toegezegd u nader te informeren. Op dit moment
is dat nog te vroeg. Voorkomen moet worden dat informatie verbrokkeld
naar buiten wordt gebracht. Bij de voor volgende week voorziene
beantwoording van de door de vaste Kamercommissies van Justitie en
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 3 november jl. gestelde
vragen naar aanleiding van de moord op de heer Van Gogh zullen wij u
een zo compleet mogelijk en samenhangend overzicht geven van de feiten.

Zonodig
zal de Commissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten separaat
worden geïnformeerd over operationele aspecten rond de zaak Van Gogh,
die niet in breder verband kunnen worden gedeeld. De lokale driehoek in
Amsterdam zal, voorzover het onderzoeksbelang dit toelaat, regelmatig
de stand van zaken naar buiten blijven brengen. Vooruitlopend op de
nadere informatieverstrekking willen wij u nu reeds informeren over de
inhoud van de brief die is aangetroffen op het lichaam van de heer Van
Gogh en de tekst die in het bezit was van de verdachte. De reden
hiervoor is gelegen in de maatschappelijke implicaties van de moord en
de inhoud van de documenten, die bijzonder verontrustend zijn en die
wij zeer ernstig nemen. Wij willen speculaties, misverstanden en foute
berichtgeving op basis van gissing naar de inhoud voorkomen. Vanwege
dit belang en bij hoge uitzondering hebben wij besloten tot
openbaarmaking op een tijdstip voorafgaand aan de morgen plaatsvindende
overdracht van het dossier "vordering inbewaringstelling" van de
verdachte aan de rechter-commissaris. Het uitzonderlijke karakter van
deze zaak rechtvaardigt af te wijken van het uitgangspunt geen
informatie te verschaffen over lopende onderzoeken.

De brieven
Wij
berichtten u reeds dat er ernstig rekening mee moest worden gehouden
dat de verdachte handelde vanuit radicaal islamitische overtuiging. De
aangetroffen documenten bevestigen dit vermoeden. De integrale teksten
treft u als bijlage aan. Het betreft een "open brief aan Hirshi Ali" en
een geschrift met als titel "In bloed gedoopt". De stukken zullen deel
uitmaken van het procesdossier. De inhoud van de teksten zijn zonder
meer schokkend te noemen. Navrant is dat de dreiging aan het adres van
mevrouw Hirshi Ali door de verdachte op afschuwelijk wijze is verbonden
met de moord op de heer Van Gogh. Verontrustend daarnaast is, dat de
verdachte, geboren en getogen in Nederland, hier een
radicaliseringsproces heeft doorgemaakt dat hem tot deze onvoorstelbare
daad heeft gebracht. Uit beide documenten spreekt onmiskenbaar het
gedachtegoed van de gewelddadige jihad. Met name de brief aan mevrouw
Hirshi Ali is een duidelijke weerspiegeling van de ideologie van de
Takfir Wal Hijra. Volgens deze extremistische ideologie mogen afvallige
moslims, die partij kiezen voor de vijanden van de islam, worden
gedood. De brief bevat een duidelijke waarschuwing aan het adres van
moslims voor de "afschuwelijke gevolgen" van het "heulen met de
vijand". Het is bijzonder zorgelijk dat radicale moslims de islam op
deze wijze misbruiken. Een kleine groep werpt hiermee een smet op het
geloof van een grote groep landgenoten. Ook dwingen zij de overheid tot
het treffen van maatregelen die in hun uitwerking ook nadelige gevolgen
kunnen hebben voor goedwillende burgers. Het moge volstrekt duidelijk
zijn dat de denktrant die in deze geschriften doorklinkt in strijd is
met de fundamentele principes op basis waarvan mensen met uiteenlopende
politieke en religieuze opvattingen in onze democratische rechtstaat
met elkaar horen om te gaan. Zij staan ook ver af van de denkbeelden
die binnen de overgrote meerderheid van de moslimgemeenschap in
Nederland gemeengoed zijn.

Implicaties
De inhoud van de
brieven is bijzonder verontrustend. Mede vanwege de mogelijke
implicaties dat het hier een uiting is die niet primair voorkomt uit
een individu, maar uit een beweging die zich op gewelddadig wijze niet
alleen richt tegen personen en groepen, maar ook tegen uitgangspunten
en waarden van onze samenleving. Mede in het licht hiervan zijn waar
nodig veiligheidsmaatregelen rond objecten en personen genomen of
verscherpt. Ook wordt het onderzoek van politie en AIVD naar personen
die een vergelijkbaar radicaliseringsproces doormaken, met verhoogde
intensiteit voortgezet. Radicale uitlatingen zullen met kracht
bestreden worden met alle beschikbare middelen. Morgen zullen wij in
het kabinet nader te nemen stappen met betrekking tot het verhogen van
de weerstand tegen en het bestrijden van radicalisme en terrorisme aan
de orde stellen. Voorts zal aan de reeds kort na de aanslag op de heer
Van Gogh gevoerde gesprekken met vertegenwoordigers van
minderhedenorganisaties een vervolg geven worden, teneinde in
gezamenlijkheid met het overgrote, gematigde, deel van de
moslimbevolking deze vormen van gevaarlijke radicalisering een halt toe
te roepen. De inspanningen zijn er tot slot ook op gericht om te
voorkomen dat de moord op de heer Van Gogh en het bekend worden van de
inhoud van de aangetroffen brieven aangewend worden om de
moslimbevolking te stigmatiseren en vijandig te bejegenen.

Hedenmiddag
hebben wij met de burgemeester van Amsterdam, de heer J. Cohen,
gesproken over een goede informatieuitwisseling en samenwerking in deze
zaak. Wij hebben onze gezamenlijke medewerkers opdracht gegeven de
feiten in kaart te brengen. Dat is van belang voor alle betrokkenen en
het stelt ons in staat volgende week een zo compleet mogelijk beeld aan
u te kunnen presenteren.

De minister van Justitie,

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

Bron: om.nl



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: