Of er een parkeergarage onder de speeltuin van het Cremerplein in Amsterdam Oud-West moet komen , lijkt al lang niet meer de vraag. Officieel is er nog niets besloten, maar de discussie lijkt zich nu vooral toe te spitsen welke variant het moet gaan worden.
Het Dagelijks Bestuur van de Deelraad heeft zich uitgesproken voor een volautomatische parkeergarage met 184 plaatsen aan de zuidzijde van het plein. Minimaal 20 bomen van soms bijna een eeuw oud en 25 meter hoog, moeten dan wijken voor drie inrijdbunkers van 5 meter breed, 10 meter lang en 2,5 meter hoog. Aan de rand van de speeltuin komen dan opstelstroken waar auto's, met ronkende motor, kunnen wachten tot ze in de garage plaats nemen.

Volgens wethouder Werner Toonk dient zo'n garage twee doeleinden; er wordt een bijgedragen geleverd aan de oplossing van een vermeend parkeerprobleem en er wordt meer vrije ruimte gecreëerd doordat bovengronds 118 parkeerplaatsen zullen verdwijnen.

Er komen weliswaar 68 parkeerplaatsen bij (totale kosten 8,5 miljoen euro en minimaal 80.000 euro per jaar voor onderhoud) maar er zullen tegelijkertijd zo'n 77 nieuwe parkeervergunningen worden uitgegeven. Per saldo verandert de parkeerdruk in Oud-West dus niet.
Bewoners hebben bovendien al herhaaldelijk (enquêtes van O+S, brieven, een handtekeningenactie, informatie- en inspraakavonden) aangegeven dat het met het parkeerprobleem wel meevalt. (De zondagavond uitgezonderd, maar juist daarom wordt in januari ook op zondag betaald parkeren ingevoerd). Daarnaast vinden zij een garage niet de beste oplossing.

De ruimte die gewonnen wordt door bovengronds 118 plaatsen te laten verdwijnen, komt niet per definitie aan het Cremerplein zelf ten goede. Het is nog onduidelijk waar en hoe die ruimte ingericht wordt. Lang werd gesuggereerd dat en ondergrondse parkeergarage een extra impuls aan de speeltuin zou geven. Over herinrichting of renovatie van de speeltuin wordt nu al niet meer gesproken.
De winst voor de openbare ruimte is onduidelijk en twijfelachtig, terwijl wel duidelijk is wat het Cremerplein moet offeren.
Coalitiegenoot GroenLinks is juist vanwege de winst in de openbare ruimte ook voorstander van een garage. Zij wil echter wel laten onderzoeken of het mogelijk is de parkeergarage meer naar de rand van het plein te verplaatsen, zodat de bomen en de speeltuin meer gespaard blijven.

Veel bewoners willen deze garage niet en maken dat ook keer op keer duidelijk, Wethouder Toonk lijkt niet te willen luisteren (iets wat hem ook verweten wordt bij projecten als De Hallen en een haven in de Singelgracht), terwijl hij zelf geen goede argumenten voor die garage aan kan dragen. De onderzoeken die hij heeft laten uitvoeren beweren dat het gezien de funderingen en de luchtkwaliteit kan en dan lijkt het ook te moeten gebeuren. Er is echter geen onderzoek gedaan naar de funderingen aan de zuidzijde van het plein, terwijl de voorkeur naar die locatie uitgaat. Het onderzoek naar luchtkwaliteit stinkt. Er wordt gemeld dat de plandrempel voor fijn stof en stikstofdioxide nu overschreden zijn, maar het onderzoeksbureau ziet desondanks geen bezwaar voor de toekomst. Bij overschrijding van die plandrempel hoort de overheid in te grijpen en ervoor te zorgen dat de situatie beter wordt. Nu wordt echter geanticipeerd op de plannen van de centrale stad om de luchtkwaliteit te verbeteren en het autogebruik terug te dringen, zodat die plannen de weg naar de garage vrij maken.

Woensdag 4 juli is er om 19.30 in het speeltuingebouw op het plein een inspraakavond, dan zullen buurtbewoners en speeltuingebruikers opnieuw laten merken dat een garage onder het Cremerplein niet gewenst is.

bron:Ron Meulensteen