Het succes van ontwikkelingsinterventies hangt af van de lokale religieuze en culturele context. Dit besef daagde al in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de dagelijkse praktijk in ontwikkelingslanden zich niet bleek aan te passen aan de heersende ontwikkelingsparadigma's. Dertig jaar later is de vraag naar de invloed van culturele en religieuze factoren op ontwikkeling door het Tweede Kamerlid Hirshi Ali weer op de agenda gezet.

Een eenduidig antwoord is door de weerbarstige werkelijkheid nog steeds niet eenvoudig te geven, maar in het AIV-advies 'De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling. Stimulans of stagnatie?' worden wel aanbevelingen gedaan om er op
constructieve wijze mee om te gaan.        

Wringende waarden
Ontwikkeling en ontwikkelingsinterventies zijn nooit waardevrij en spelen zich niet af in een vacuà¼m, maar binnen een bestaande culturele context en machtsverhoudingen. Elementen zoals leeftijd, gender, grond, geld, of familiestructuur worden in verschillende culturen verschillend gewaardeerd.  In het advies zijn daarvan meerdere voorbeelden opgenomen. Voorts heeft de  AIV onderzocht onder welke omstandigheden onze westerse vanzelfsprekendheden (het voldoen aan de internationaal erkende mensenrechten; het streven naar goed bestuur en de Millenium Goals) tot wringende waarden worden en waar ze binnen een lokale cultuur juist stimuleren tot ontwikkeling. Verschil van inzicht hoeft geen belemmering te zijn. De AIV adviseert alvorens een ontwikkelingsrelatie aan te gaan eerst stil te staan bij de culturele bagage van alle deelnemers: bij de mogelijke verschillen in opvattingen, zienswijzen en belangen, maar ook bij de gemeenschappelijke waarden. Van groot belang acht de AIV bij een dergelijke culturele analyse de mate waarin
de culturele of religieuze leiders openstaan voor dialoog, de invloed en het gezag van het leiderschap, de mate waarin de sociale cohesie bevorderd wordt en de de ruimte en de mogelijkheden die vrouwen krijgen.

Grenzen aan de dialoog
Wanneer essentiële uitgangspunten van donoren en partners niet met elkaar in overstemming te brengen zijn, komen de grenzen van de dialoog in zicht.
De donor zal dan een afweging moeten maken tussen de voor- en nadelen van stoppen of doorgaan op een ander spoor. Dat kan zich voordoen wanneer de uitgangspunten die in internationale mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd veronachtzaamd worden, of wanneer geen enkele intentie bij de partner aanwezig lijkt om aan andere westerse (voor)waarden voor vruchtbare samenwerking te voldoen. In dat geval adviseert de AIV een actieve opstelling in die zin dat gezocht moet worden naar actoren die de gewenste uitkomst wel nastreven. Zij moeten waar mogelijk en verantwoord gesteund worden. De uitdaging bij een dialoog met andersdenkenden is om een middenweg te vinden die het andere erkent en het eigene niet prijsgeeft.

De Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft sinds zijn oprichting in 1997 als taak om de regering te adviseren over buitenlands beleid, in het bijzonder het beleid op de terreinen vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking, de rechten van de mens en de Europese integratie. De AIV wordt voorgezeten door mr. Frits Korthals Altes, Minister van Staat. Het advies is voorbereid door een commissie onder leiding van professor Arie de Ruijter (hoogleraar sociale wetenschappen en multiculturaliteit in Tilburg en Utrecht).

bron:BuZa