Premier Balkenende ontving dinsdag uit
handen van voorzitter Hans de Boer van de Taskforce
Jeugdwerkloosheid het advies 'Juist nu doorbijten!'. Het advies
bevat aanbevelingen van de Taskforce aan een nieuw kabinet.

De Taskforce pleit onder meer voor:

- een joint venture tussen Rijk en
gemeenten die regionale actieteams mogelijk maken om werkloze
jongeren één-op-één te begeleiden naar
opleiding en werk;

- VMBO-scholen verantwoordelijk maken voor
de overdracht van leerlingen naar het vervolgonderwijs;

- meer autonomie voor Regionale
Opleidingencentra (ROC's), maar de instellingen ook afrekenen op
prestaties voor een effectiever middelbaar beroepsonderwijs;

- het concept van de prep camps doorvoeren
voor werkloze jongeren zonder diploma die geen opleiding
volgen.

Een nieuw kabinet moet juist nu doorbijten
nu het economisch tij meezit. Bij de presentatie werd ook de
40.000ste jongere bekendgemaakt die CWI extra aan het werk heeft
geholpen. Het is Mohammed Ouali, werkzaam als assistent mobiele
controle bij NS in Den Haag. Marlisa Molina en Désiré
Geerts, werkzaam bij Febo in Tilburg, werden gefeliciteerd als
39.998ste en 39.999ste.

De mijlpaal van 40.000 extra jongeren aan
het werk was één van de belangrijkste opdrachten die
het kabinet aan de Taskforce Jeugdwerkloosheid meegaf bij de
oprichting in 2003. Hoewel de bij CWI geregistreerde
jeugdwerkloosheid is gedaald tot minder dan 30.000 werkzoekenden,
is het werk nog niet klaar, concludeert De Boer. Hij ziet een groep
van 38.000 structurele jeugdige werklozen die geholpen moeten
worden, 124.000 risicojongeren en jaarlijks nog eens 60.000
voortijdige schoolverlaters.

Joint venture Rijk en gemeenten

De aanpak van de jeugdwerkloosheid moet op
regionaal niveau gebeuren, maar ook het Rijk moet
verantwoordelijkheid nemen. De Taskforce adviseert een joint
venture tussen Rijk en gemeenten. In het bestuur van de joint
venture zitten een minister, twee wethouders, een vertegenwoordiger
van de ROC's en van de sociale partners. Onder
verantwoordelijkheid van dit bestuur opereert een landelijk
actieteam dat regionale actieteams faciliteert. Nu blijken veel
lokale instanties te veel vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en
ego te werken. Jongeren vinden hun weg niet meer in het woud van
instanties. Een regionaal actieteam begeleidt de jongeren
één-op-één naar opleiding en werk en
bestaat uit de beste mensen van CWI, gemeente, ROC, RMC,
bedrijfsleven en kenniscentra. De verantwoordelijkheid van de
regionale actieteams ligt bij één wethouder die over
ruime bevoegdheden en budgetten beschikt. CWI moet zich dienstbaar
opstellen aan het gemeentelijk beleid van de wethouder, zodat die
aan zijn wettelijke verplichting kan voldoen. De Taskforce pleit
daarom voor een meerjarenafspraak tussen CWI en Rijk waardoor de
jongerenadviseurs gehandhaafd kunnen blijven.

Onderwijs afrekenen op prestaties

De Taskforce stelt drastische wijzigingen
voor in het onderwijs. VMBO-scholen moeten wettelijk
verantwoordelijk worden gemaakt voor de overdracht van hun
leerlingen naar vervolgonderwijs. ROC's moeten meer autonomie
krijgen en minder last van Haagse

regeltjes. Daardoor kunnen zij meer tijd
aan onderwijs besteden in plaats van aan management. Bij autonomie
hoort volgens de Taskforce een financiële prikkel. Scholen
moeten afgerekend worden op hun prestaties. Intern beoordeelt de
Raad van Toezicht, die meer bevoegdheden krijgt, het College van
Bestuur op prestaties. Extern beoordelen partijen als gemeente en
bedrijfsleven de prestaties. Het ministerie van OCW kan de
prestaties als benchmark inzetten om instellingen te vergelijken en
de financiering toe te kennen. Kleinere instellingen maken het
onderwijs efficiënter en de begeleiding van jongeren
effectiever. Scholen mogen volgens de Taskforce niet groter zijn
dan het geheugen van de conciërge. Leerlingen hebben behoefte
aan persoonlijk contact, niet aan managers. Docenten moeten
jongeren binnen de school volgen en begeleiden, maar ook bij het
vinden van een stageplek of leerbaan en op de werkvloer. Verder wil
de Taskforce het onderwijs meer praktijkgericht organiseren en meer
jongeren wijzen op de goede kanten van het principe vier dagen
werken en één dag naar school. Om werkgevers meer bij
het onderwijs te betrekken moet de no-riskpolis voor jongeren
zonder startkwalificatie landelijk worden ingevoerd en de Wet
Vermindering Afdracht gehandhaafd blijven.

Prep camps juridisch haalbaar

Uit onderzoek van de Universiteit van
Tilburg en UJG in Utrecht dat in opdracht van de Taskforce is
uitgevoerd blijkt dat de rechtsgrond voor prep camps aanwezig is,
maar uitbreiding behoeft. Prep camps zijn bedoeld voor jongeren
zonder startkwalificatie die niet werken en geen opleiding volgen.
Via een 24-uurs opvang en een intensief programma moeten ze worden
klaargestoomd voor opleiding en werk. Voor werkloze jongeren onder
de 18 jaar heeft de overheid nu al beperkte mogelijkheden.
Verplichte deelname aan een prep camp voor alle jongeren zonder
startkwalificatie die niet werken en geen opleiding volgen kan
mogelijk worden gemaakt als de leerplicht wordt verlengd tot 18
jaar en de handhaving van de Leerplichtwet wordt aangescherpt en
uitgebreid. Voor meerderjarigen zijn er meer mogelijkheden dan in
het verleden is voorgespiegeld. Plaatsing in een prep camp is

mogelijk als kan worden aangetoond en
internationaal wordt geaccepteerd dat een startkwalificatie
noodzakelijk is om economisch en maatschappelijk te kunnen
participeren en scholing daarbij effectief is en als er voor
deelname aan een speciaal scholingsprogramma een economische en
sociale noodzaak bestaat.

bron:Task Force Jeugdwerkloosheid