Jihadisten zijn dol op het internet



Terroristen en radicale moslims gebruiken
het internet volop. Maar het is niet waarschijnlijk dat zij een
cyberaanval tegen het internet zullen plegen. Ook het plegen van
aanvallen, waarbij het internet als een wapen wordt gebruikt, is
niet erg waarschijnlijk. Wel wordt het internet in ruime mate
gebruikt voor trainingsdoeleinden, mogelijke
voorbereidingsactiviteiten en draagt in hoge mate bij aan de
verspreiding van propaganda voor radicalisering. Dat zijn de
belangrijkste conclusies uit het onderzoek 'Jihadisten en het
internet' dat de NCTb vandaag publiceert.

Bij het internet als doelwit richten de
terroristische activiteiten zich tegen de infrastructuur van het
internet zelf. Denk daarbij aan computerparken, verbindingslijnen
van het internet of de organisaties die diensten verlenen die
cruciaal zijn voor het functioneren ervan. Een cyberaanval is
laagdrempeliger dan bijvoorbeeld zelfmoordaanslagen, waardoor
potentieel meer jihadisten daartoe zouden kunnen en willen
overgaan. Toch gelden als belangrijkste nadelen voor jihadisten dat
het uitschakelen van het internet ook de jihadistische
infrastructuur op het internet treft en niet appelleert aan het
martelaarschap. Verder behoort een succesvolle cyberaanval niet
echt tot de mogelijkheden, vooral als gevolg van de al genomen
maatregelen hiertegen.

Het gebruik van het internet als wapen
houdt in het plegen van aanslagen tegen fysieke doelen via het
internet, bijvoorbeeld door een overname van besturingssystemen van
vitale installaties in de chemische sector. Dit is weliswaar
voorstelbaar en er bestaan kwetsbaarheden, maar een dergelijke
aanval is momenteel niet waarschijnlijk vanwege de vereiste
(insiders)kennis.

Voor jihadisten is het internet als middel
voor diverse doeleinden cruciaal. Het gaat daarbij vooral om de
vorming van virtuele netwerken, het gebruik voor
trainingsdoeleinden en propaganda. Door de vorming van virtuele
netwerken ontstaat een informele pool van bereidwilligen voor de
jihad die geweldsactiviteiten kunnen ontplooien. Verhogen virtuele
netwerken vooral de slagkracht van de jihadistische beweging, het
volop beschikbare trainingsmateriaal kan, zeker voor
'homegrown-terroristen', bijdragen om de intentie tot het plegen
van terroristische aanslagen in daden om te zetten. Bereid zijn tot
terroristische activiteiten is immers één ding, maar
beschikken over de kennis, vaardigheden en middelen om dat te doen
is net zo belangrijk. Als gevolg van propaganda kan een
potentiële jihadist met behulp van het internet processen
doorlopen van ideologievorming, ideologieversterking en
ideologische indoctrinatie. Propaganda via het internet vindt
professioneel plaats, heeft een groot bereik en kent relatief
weinig weerwoord. De propaganda blijft niet beperkt tot
eenrichtingsverkeer: jihadisten proberen actief de interactie aan
te gaan met geïnteresseerden. Dit in combinatie met het feit
dat vooral grote groepen jongeren toegang hebben tot het internet
en dat intensief gebruiken, dan is duidelijk dat hierdoor een
voedingsbodem bestaat voor (verdere) radicalisering. Dat geldt
zeker voor moslima's, zij hebben minder bewegingsvrijheid. Het
internet biedt hen een venster op wereld en bovendien een
mogelijkheid om met die wereld in ongekende vrijheid te
communiceren.

bron: NCTb



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: