In 2005 waren vier van de tien werklozen
een jaar of langer werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral
voor bij ouderen. Onder jongeren tussen 15 en 24 jaar is de
werkloosheid weliswaar het hoogst, maar deze is vaak van korte
duur. Dat blijkt uit een onderzoek van het CBS.

Vier van de tien werklozen langdurig
werkloos

In 2005 waren 483 duizend personen
werkloos. Hiervan was 38 procent minder dan zes maanden werkloos,
20 procent was zes tot twaalf maanden werkloos. Ruim 200 duizend
personen waren een jaar of langer werkloos. Deze langdurig
werklozen vormden 42 procent van het totale aantal werklozen.

Werkloosheid jongeren van korte duur

In 2005 was de werkloosheid onder jongeren
(15–24 jaar) het hoogst, maar meestal van korte duur. Ruim
vier van de tien werkloze jongeren waren minder dan drie maanden
werkloos. Dat is twee keer zo veel als bij werklozen tussen de 25
en 64 jaar. Slechts 19 procent van de werkloze jongeren in 2005 was
langer dan een jaar werkloos.

Ouderen vaak langdurig werkloos

Het aandeel langdurig werklozen loopt
sterk op met de leeftijd. Van de werklozen tussen de 50 en 59 jaar
waren zes van de tien langdurig werkloos. Bij 60–64-jarige
werklozen waren dat er zelfs ruim zeven van de tien. Daarentegen
zijn maar weinig ouderen kort werkloos: slechts één
op de tien werkloze ouderen was minder dan drie maanden
werkloos.

Allochtonen langer werkloos

Niet-westerse allochtonen zijn vaker
langdurig werkloos dan autochtonen. Het sterkst komt dit naar voren
bij 45–64-jarige werklozen. Hier was 72 procent van de
niet-westerse allochtonen langdurig werkloos, tegen 56 procent van
de autochtonen. Maar ook onder 15–24-jarige werklozen was het
aandeel langdurig werklozen onder niet-westerse allochtonen
duidelijk hoger dan onder autochtonen.

bron:CBS