Selecteer een pagina

Van de jongeren zonder startkwalificatie
die geen opleiding meer volgen, was in 2006 een kwart niet actief
op de arbeidsmarkt. Zij hadden geen werk en waren daar ook niet
naar op zoek. Vergeleken met degenen die wél een
startkwalificatie hebben behaald, was dit aandeel ruim twee keer zo
hoog. Dat blijkt uit een speciaal onderzoek van het CBS.

Zonder startkwalificatie:
één op de vier inactief

Van alle jongeren (15-24 jaar) die in 2006
niet meer op school zaten, hadden er 235 duizend geen
startkwalificatie: hun diploma kwam niet boven MBO-2 niveau uit of
ze waren zonder diploma van school gegaan. Van deze groep was 25
procent niet actief op de arbeidsmarkt, tegen slechts 11 procent
bij degenen die wél een startkwalificatie hadden.

Inactieven zonder startkwalificatie vaker
arbeidsongeschikt

Een deel van de inactieve jongeren wilde
wel een baan, maar was daar niet naar op zoek of kon niet op korte
termijn beginnen. Echter, de meeste van de inactieve jongeren,
zo’n 60 procent, wilde of kon niet werken. Ziekte of
arbeidsongeschiktheid waren daarvoor een belangrijke reden. Bij 29
procent van de jongeren zonder startkwalificatie was dit het geval.
Onder de jongeren met een startkwalificatie was dit slechts 12
procent. Hierbij speelt een rol dat jongeren met een langdurige
arbeidshandicap vaker geen startkwalificatie hadden. Dit gold voor
58 procent van de jongeren met een handicap, en voor 38 procent van
de jongeren zonder handicap.

Zorg voor gezin was voor een vijfde van de
jongeren – vrijwel uitsluitend vrouwen - met of zonder
startkwalificatie een reden waarom zij niet wilden of konden
werken. Opleiding/studie wordt door een derde van de jongeren
genoemd als reden om niet te kunnen of willen werken. Het gaat dan
om jongeren die hun opleiding onderbreken of een cursus volgen.

bron:CBS