Het Openbaar Ministerie Breda heeft naar aanleiding van de resultaten van het strafrechtelijk (deel)onderzoek in de AIVD-zaak besloten twee Telegraafjournalisten niet te vervolgen. Het OM acht een beperkt deel van de publicaties strafbaar, maar gaat niet over tot vervolging omdat de openbaarmaking in dit specifieke geval geen extra schade voor de staatsveiligheid heeft opgeleverd. Ten aanzien van dit beperkte deel van de publicaties prevaleert het algemeen belang van vrije nieuwsgaring niet boven de staatsveiligheid, concludeert het OM na toetsing van de feiten aan de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

 

De gepubliceerde informatie uit de documenten en de context waarin deze was geplaatst, kan de identiteit van bronnen van de AIVD immers herleidbaar maken. Dit wordt gezien als ondermijnend aan de staatsveiligheid en strafbaar geacht.

De journalisten beschikten over staatsgeheime AIVD-documenten en schreven vanaf 21 januari 2006 in dagblad De Telegraaf artikelen die op de documenten waren gebaseerd. De AIVD deed op 22 januari aangifte van schending van staatsgeheimen (artikel 98 e.v. Wetboek van Strafrecht). Gezien het te beschermen maatschappelijk belang van vrije nieuwsgaring stelt het OM slechts bij hoge uitzondering een strafrechtelijk onderzoek in naar het handelen van journalisten. Het onderzoek is verricht door de Rijksrecherche onder verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie in Breda.

Opsporingsonderzoek wees uit dat de gepubliceerde informatie reeds eerder was verspreid binnen het criminele milieu. Het OM kan niet vaststellen dat deze publicaties in het dagblad hebben geleid tot meer schade of risico’s voor de staatsveiligheid. Om deze reden acht het OM strafrechtelijke vervolging van de twee journalisten niet opportuun.

Het strafrechtelijk onderzoek naar de ex-medewerker van de AIVD en zijn contacten in het criminele milieu wordt voortgezet.

bron:OM