Selecteer een pagina

Vreemdelingen die nog onder de oude
Vreemdelingenwet vallen, krijgen onder voorwaarden een
verblijfsvergunning. De regeling volgt op een bestuurlijk akkoord
met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De ministerraad
heeft hiermee ingestemd. Staatssecretaris Albayrak (Justitie) en
voorzitter Deetman van de VNG hebben het bestuurlijk akkoord op 23
mei 2007 getekend.

Doelgroep

Vreemdelingen kunnen voor de
pardonregeling in aanmerking komen als zij:

-Vóór 1 april 2001 een
eerste asielaanvraag hebben gedaan of als zich voor die datum
hebben gemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of de
Vreemdelingenpolitie om een eerste asielaanvraag in te dienen.

-Sinds 1 april 2001 onderbroken in
Nederland verbleven zoals bekend bij de IND of de Dienst Terugkeer
en Vertrek. Het kan ook worden aangetoond met een verklaring van de
burgemeester.

-Voor de aanvraag schriftelijk aangeven
dat zij hun lopende procedures onvoorwaardelijk intrekken.

Procedure

De IND toetst of vreemdelingen een
verblijfsvergunning kunnen krijgen. Vreemdelingen die de IND niet
direct kan traceren, maar wel bekend zijn bij de gemeente, worden
aangemeld met een verklaring van de burgemeester. Daarin verklaart
de burgemeester dat de vreemdeling heel 2006 in Nederland
verbleef.

Contra-indicaties

De IND beslist of de vreemdeling in
aanmerking komt voor verblijf. Dit gebeurt mede aan de hand van
contra-indicaties.

Vreemdelingen die een gevaar vormen voor
de openbare orde of de nationale veiligheid krijgen geen
verblijfsvergunning. Dat geldt bijvoorbeeld als zij zijn
veroordeeld voor een straf of maatregel van ten minste
één maand of schuldig zijn aan misdaden tegen de
menselijkheid.

Identiteit en nationaliteit

Vreemdelingen waarbij is vastgesteld dat
zij in procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten
hebben opgegeven, komen niet in aanmerking voor de
pardonregeling.

Als er twijfel bestaat over de identiteit
of nationaliteit, krijgt de vreemdeling twee maanden de gelegenheid
alsnog de juiste identiteitsgegevens te geven aan de hand van
documenten. Als dat niet lukt, kan hij een verklaring afleggen die
schriftelijk wordt vastgelegd en ondertekend. Als blijkt dat de
vreemdeling niet de juiste identiteit of nationaliteit opgeeft, kan
dat leiden tot intrekken of niet verlengen van de
verblijfsvergunning.

Verblijfsvergunning

Vreemdelingen krijgen na een positief
oordeel een verblijfsvergunning, waarbij zij vrij zijn op de
arbeidsmarkt. Deze vergunning geldt voor een jaar. Daarna wordt
deze omgezet in een vergunning voor voortgezet verblijf, als er
geen contra-indicaties zijn.

Gezinsleden

Gezinsleden van vreemdelingen die op grond
van de pardonregeling een verblijfsvergunning krijgen, kunnen onder
voorwaarden ook een verblijfsvergunning krijgen.

Terugkeer

Vreemdelingen die niet in aanmerking komen
voor de pardonregeling of een andere manier van verblijf, moeten
Nederland verlaten. De Dienst Terugkeer en Vertrek spant zich
daarvoor extra in.Het uitgangspunt is dat deze vreemdelingen
Nederland zelfstandig verlaten. Indien nodig komt uitzetting aan de
orde.

Nieuwe Vreemdelingenwet

Terugkeer krijgt ook een belangrijke rol
bij de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000. Het Rijk zet zich
in voor een voortvarende aanpak van de terugkeer van
uitgeprocedeerde asielzoekers. Over de medewerking van gemeenten
zijn afspraken gemaakt in het bestuurlijk akkoord.

Bron:MinJus