Kabinet geen voorstander van no cure no pay



Een goede beroepsuitoefening van de advocaat gaat niet samen met het
zogenaamde no cure no pay-systeem. Dat blijkt uit de wijze waarop de
advocatuur is geregeld en de bijzondere positie die in het Nederlandse
rechtsbestel aan de advocaat is toegekend. Daarom heeft het kabinet
besloten een verordening van de Nederlandse Orde van Advocaten voor te
dragen voor vernietiging bij de Kroon. Deze verordening maakt het
mogelijk onder voorwaarden een experiment te beginnen met no cure no
pay bij letsel- en overlijdensschade.

Het kabinet vindt dat er slechts dan de nodige garantie van integriteit
en ervaring aan de rechtzoekenden worden geboden, als voorop staat dat
financiële belangen van de advocaat niet bepalend zijn voor de
behartiging van de zaak van de cliënt. Een goede beroepsuitoefening
brengt met zich mee dat de advocaat de verplichting heeft om elk risico
van belangenconflicten te vermijden alsmede dat de initiatieven van de
advocaat in een zaak uitsluitend in het belang van zijn cliënt mogen
worden genomen.

In het no cure no pay-systeem heeft de advocaat een vergaand financieel
belang bij de uitkomst van de zaak. Dit vermengt de belangen en tast de
taak van de advocaat aan. De advocaat moet niet naar zijn eigen belang
kijken, maar naar het belang van de cliënt. Het financiële belang van
de advocaat zorgt ervoor dat hij zelf partij wordt in de door hem
behandelde zaak. Voor een behoorlijke rechtsbedeling, en dus een goede
beroepsuitoefening, is echter vereist dat de rechtsbijstandverlening
door een advocaat onbelemmerd kan worden verleend, los van een vergaand
direct eigen financieel belang.

Bij no cure no pay wordt ook de toegang tot het recht niet langer
bepaald door het belang van de zaak, maar door de financiële risico's
die de advocaat loopt. No cure, no pay kan bij advocaten leiden tot het
uitsluitend aannemen van kansrijke zaken of zaken met een groot
financieel belang. Daarbij bestaat het risico dat advocaten minder
genegen zijn om zaken met een kleiner financieel belang of minder
kansrijke zaken te behartigen. Dit kan worden voorkomen door gebruik te
maken van andere honoreringsmogelijkheden die rekening houden met de
draagkracht van de cliënt.

No cure no pay druist ook in tegen het beleid van de overheid
claimcultuur tegen te gaan en het beleid dat erop is gericht om de
afwikkeling van letselschades in de toekomst minder traag, minder duur,
en minder belastend te laten zijn. Met de gang naar de rechter bestaat
het gevaar van verdergaande belasting van de rechterlijke macht. Met
het wetsvoorstel collectieve afwikkeling van massaschades wil het
kabinet al voorkomen dat onnodig wordt geprocedeerd en kan de schade
van slachtoffers op snelle en eenvoudige wijze worden vergoed.

Minister Donner heeft onlangs in een brief aan de Tweede Kamer
geschreven dat hij bereid is bij letselschadezaken een medisch
haalbaarheidsonderzoek (quick scan) te willen financieren voor degenen
die op toevoegbasis rechtsbijstand kunnen ontvangen. Degenen die buiten
het bereik van de Wet op de rechtsbijstand vallen, kunnen voor eigen
rekening van deze faciliteit gebruik maken tegen een gereduceerd
tarief. Voor degenen die onder de werking van de Wet op de
rechtsbijstand vallen kan naar aanleiding van de quick scan een
voorschot worden afgegeven voor een nader medisch onderzoek.
Rechtzoekenden kunnen op deze wijze beoordelen of het zinvol is om hun
zaak voor de rechter voort te zetten. Dit hangt dan niet af van het
financiële belang van de advocaat. Daarmee is een beroep op no cure no
pay met het oog op de financiering van medische
haalbaarheidsonderzoeken overbodig.

Bron: Ministerie van Algemene Zaken/Ministerie van Justitie/ministerraad



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: