Selecteer een pagina

Een deel van het kabinet en de meeste
ministeries hebben een rampenoefening gehouden. Volgens het
scenario ontstond grote chaos door storing en uitval van
ict-voorzieningen, veroorzaakt door een actiegroep van hackers. Het
betalingsverkeer raakte ontregeld, door een run op geldautomaten
raakten die leeg, werkloosheidsuitkeringen en studiefinanciering
werden verkeerd uitbetaald. Het mobiele telefoonverkeer viel
grotendeels uit, de verkeerssignalering was ontregeld waardoor
enorme files ontstonden, het treinverkeer rond Utrecht moest
stilgelegd worden als gevolg van wissel- en seinstoringen.

Eerder was al kunst van de overheid op
internet tegen lage bedragen geveild en bij musea vielen
beveiligingsvoorzieningen uit. Ook waren er extreem veel meldingen
over computervirussen. Tegelijkertijd demonstreerden studenten in
Den Haag tegen veranderingen in het onderwijs en tegen het
terugvorderen van ten onrechte uitgekeerd vakantiegeld bij hun
studiefinanciering.

Doel van de oefening was het beoefenen van
de besluitvormingsprocessen en de informatie-uitwisseling op
ambtelijk en politiek niveau, door topambtenaren en ministers.
Daarnaast had de oefening tot doel het bewustzijn over de
kwetsbaarheid van ict-voorzieningen te vergroten.

Na ambtelijk voor-overleg werd het
zogeheten Interdepartementaal Beleidsteam (IBT) bijeengeroepen in
het Nationaal Crisiscentrum (NCC) op het Ministerie van BZK. Het
IBT bestaat bij een crisis uit topambtenaren van de meest betrokken
ministeries: directeuren en directeuren-generaal. Hierna volgde een
bijeenkomst van de meest betrokken bewindslieden in het
Ministerieel Beleidsteam (MBT), ook in het Nationaal Crisiscentrum.
De topambtenaren en bewindslieden moesten besluiten nemen over
onder andere voorlichting en instructies aan de bevolking en het
bedrijfsleven, over het inzetten van noodwetgeving, over de inzet
van het leger voor beveiliging en bewaking, over de uitbetaling van
uitkeringen en over het herstel van betalingsverkeer en
telefonie.

De eerste indruk na de oefening is dat
zowel de topambtenaren als de ministers hun beslissingen over het
algemeen genomen hebben volgens de geldende afspraken en
procedures. Zij hebben dus niet ter plekke geprobeerd het wiel uit
te vinden. Ook hebben zij geen cruciale blunders gemaakt of zijn
zij belangrijke zaken vergeten. Zij hebben zich ook niet op
detailniveau bemoeid met zaken die door andere organisaties
geregeld moeten worden. Een onafhankelijke evaluatie over de
oefening komt na de zomer beschikbaar.

Achtergrond

Het kabinet oefent twee keer per jaar hoe
om te gaan met een crisis. Naast oefeningen op rijksniveau oefenen
ook provincies, gemeenten en hulpverleningsdiensten met enige
regelmaat.

Soms zijn oefeningen alleen bestuurlijk,
door alleen ministers, burgemeesters, Commissarissen van de
Koningin; het gaat dan om hun beslissingen in crisissituaties, het
zijn oefeningen op papier. Soms zijn oefeningen ook operationeel
(met meespelende hulpverleningsdiensten).

De ene keer worden oefeningen op
één bestuurlijk niveau gehouden (zoals nu op
rijksniveau), soms zijn ook provincies en gemeenten tegelijkertijd
daarbij betrokken.

Operationele oefeningen door
hulpverleningsdiensten kunnen monodisciplinair zijn (alleen
brandweer, of alleen ambulances, of alleen politie) of
multidisciplinair (brandweer, ambulances en politie samen).

Combinaties zijn ook mogelijk: zo was de
oefening Bonfire in april 2005 in de Amsterdam ArenA een
bestuurlijke en tegelijkertijd operationele oefening, waaraan
verschillende ministeries, de provincie Noord-Holland en de
gemeente Amsterdam, politie, brandweer, ambulances, het leger en
andere diensten meededen. Dat soort grootschalige oefeningen wordt
eens in de twee jaar gehouden.

bron:BZK