Kabinet stemt in met nieuwe inburgeringswet



Er komt een algemene inburgeringsplicht voor alle personen van 16 tot
65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. De
wettelijke verplichting geldt voor nieuw- en oudkomers. Degenen die
niet gedurende acht jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland
hebben gewoond en niet over bepaalde Nederlandse, Antilliaanse of
Arubaanse diploma's, certificaten of bewijsstukken van een bepaalde
opleiding beschikken, vallen onder de inburgeringsplicht. Dit staat in
het wetsvoorstel van minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en
Integratie waarmee het kabinet heeft ingestemd.

Aan de inburgeringsverplichting is voldaan als het inburgeringsexamen
is behaald. Het kabinet staat met dit wetsvoorstel de invoering van een
meer verplichtend en resultaatgericht inburgeringsstelsel voor. De
eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige staat hierbij
voorop. De nieuwe inburgeringsplicht moet de bestaande
taalachterstanden overbruggen en nieuwe achterstanden voorkomen. Het
wetsvoorstel vloeit voort uit het Hoofdlijnenakkoord én uit de
aanbevelingen van de commissie-Blok. De commissie pleitte voor een
'bindend en verbindend' integratiebeleid om daarmee de vrijblijvendheid
in het integratiebeleid - waarvan het inburgeringsbeleid deel uitmaakt
- te doorbreken.

In navolging van de commissie-Franssen, die onafhankelijk advies
uitbracht over vorm en inhoud van de inburgeringsexamens in binnen-en
buitenland, worden de eisen aan de mondelinge en schriftelijke
taalvaardigheid van de inburgeringsplichtige gesteld op het niveau A2
van het Europese Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. Voor oudkomers
wordt de lees- en schrijfvaardigheid op A1 gesteld, aangezien het
veelal oudere personen betreffen die vaak weinig of geen opleiding
hebben gehad.

Inburgeringsplichtigen kunnen zelf een cursus inkopen op de markt van
cursusaanbieders. De overheid faciliteert naleving van de
inburgeringsplicht met een kredietfaciliteit en een (genormeerde)
vergoeding voor gemaakte kosten, indien het examen binnen drie jaar is
behaald. Voor enkele bijzondere groepen inburgeringsplichtigen, onder
wie bepaalde uitkeringsgerechtigden en vrouwen in achterstandsposities,
bestaat voorts de mogelijkheid van een gemeentelijk aanbod voor een -
met reïntegratie gecombineerd - inburgeringstraject.

Gemeenten hebben in belangrijke mate een handhavingsplicht. De
voornaamste sanctie in het wetsvoorstel is dat een gemeente een
bestuurlijke boete kan opleggen bij het niet behalen van het examen
binnen de voorgeschreven termijn (3 ½ jaar voor degenen die reeds in
het land van herkomst het inburgeringsexamen buitenland hebben behaald
of 5 jaar voor de overigen).

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies
aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het
wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas
openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: Ministerie van Algemene Zaken



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: