Klachtenkamer moet oudercommissies in de kinderopvang beschermen



Er komt een onafhankelijk orgaan dat
bemiddelt bij conflicten tussen een oudercommissie en het bestuur
van een kinderopvangorganisatie. Demissionair minister De Geus van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt eenmalig subsidie
beschikbaar voor de oprichting van zo ‘n landelijke
klachtenkamer. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.
Ook schrijft de minister dat uit een internationaal vergelijkend
onderzoek van het ministerie blijkt dat de kosten voor Nederlandse
ouders die gebruik maken van kinderopvang, relatief laag zijn. Uit
ander onderzoek komt naar voren dat het gebruik van formele opvang
(kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang) stijgt en informele
opvang (bijvoorbeeld opa en oma) daalt.

De Wet kinderopvang (2004) bepaalt dat
alle organisaties voor kinderopvang een oudercommissie moeten
hebben. In een oudercommissie kunnen ouders invloed hebben op de
kwaliteit en de organisatie van de opvang. De Tweede Kamer heeft
gesignaleerd dat de belangen van ouders en die van de leiding van
de kinderopvang kunnen botsen. Minister De Geus heeft ondernemers
in de kinderopvang (de MO-groep en de Brancheorganisatie) en de
belangenorganisatie voor ouders in de kinderopvang (BOinK) gevraagd
hiervoor een oplossing te vinden. Die is er nu in de vorm van een
klachtenkamer. De minister heeft deze organisaties laten weten dat
hij een startsubsidie geeft aan de Stichting Klachtencommissie
Kinderopvang (SKK) voor de oprichting van een klachtenkamer, maar
dat de ondernemers en BOinK zelf de verdere kosten moeten
aanvullen.

Het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid is in 2005 een internationaal onderzoek gestart
waarin de kinderopvang in een aantal landen op verschillende punten
wordt vergeleken. Deze landen zijn onder andere Zweden,
België, Denemarken en Engeland. Uit het onderzoek blijkt dat
de kinderopvang in Nederland voor ouders relatief toegankelijk is
geregeld. Sinds de invoering van de verplichte werkgeversbijdrage
dit jaar hebben ouders voor de oudertoeslag alleen te maken met de
Belastingdienst. In vrijwel alle andere landen hebben ouders te
maken met verschillende instanties voor een tegemoetkoming in de
kosten voor opvang. Ook blijkt uit een aantal standaard
gezinssituaties dat de kosten voor Nederlandse ouders relatief laag
zijn. Zo betaalt een Nederlands tweeouder gezin met twee kinderen
(van twee en acht jaar oud) en een modaal inkomen (30.000 euro)
voor fulltime kinderopvang ongeveer 120 euro per maand. In
Denemarken is dat 350 euro, in Vlaanderen 300 euro, in Engeland 430
euro en in Zweden 100 euro. De relatief lage kosten voor
Nederlandse ouders zijn onder andere het resultaat van de
verplichte werkgeversbijdrage en de extra 125 miljoen die de
overheid dit jaar aan kinderopvang uitgeeft.

Uit een ander onderzoek van het ministerie
(Tweemeting trendonderzoek kinderopvang) blijkt dat het aantal
kinderen dat gebruik maakt van formele kinderopvang de afgelopen
vier jaar is toegenomen en het gebruik van informele opvang is
gedaald. Ondanks de stijgende vraag naar formele kinderopvang zijn
er nauwelijks wachtlijsten. Vooral het percentage kinderen naar de
buitenschoolse opvang is gestegen: van 5 procent in 2002 naar 11
procent in 2006. Ook het aantal dagen buitenschoolse opvang per
kind per week nam toe, van 2 dagen in 2002 naar 2,5 dagen in 2006.
Het gebruik van het kinderdagverblijf steeg van 22 procent in 2002
naar 24 procent in 2006. Het aantal 0 tot en met 3-jarigen dat
gebruik maakt van informele oppas is in vier jaar afgenomen met 7
procent naar 25 procent in 2006. Voor de 4 tot 12-jarigen is het
percentage gedaald van 20 procent (2002) naar 16 procent
(2006).

bron:SZW



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: