Hare Majesteit de Koningin woont woensdagmiddag 30 augustus in kerkgebouw De Duif te Amsterdam de viering bij van 50 jaar Stadsherstel Amsterdam. Stadsherstel Amsterdam verwerft, restaureert, onderhoudt en beheert panden die karakteristiek zijn voor het stadsbeeld. Stadsherstel heeft in zijn 50-jarig bestaan ruim 400 verkrotte panden gerestaureerd en tot woonhuizen gemaakt.

Na de Tweede Wereldoorlog was de binnenstad op vele plaatsen ernstig verpauperd. Het gemeentebestuur wilde saneren. Daarbij moest de authentieke bebouwing plaats maken voor grootschalige nieuwbouw en voor wegen. Stadsherstel werd 30 augustus 1956 door Amsterdamse zakenlieden opgericht om deze plannen tegen te gaan en juist karakteristieke panden op te knappen. De honderden sindsdien gerestaureerde huizen zijn gewilde woonobjecten geworden.

De laatste jaren ligt de nadruk niet meer alleen op woonhuizen. Ook andere soorten monumentale panden komen in aanmerking, zoals kerken en industriële monumenten. De Amstelkerk, Werf ’t Kromhout en kerk De Duif zijn hiervan voorbeelden. Stadsherstel verhuurt deze gerestaureerde gebouwen voor allerlei activiteiten.

De feestelijke bijeenkomst in kerkgebouw De Duif heeft als motto Tussen Oud en Nieuw. Op het onlangs gerestaureerde 19de-eeuwse orgel worden enkele stukken gespeeld en Dansgroep Krisztina de Châtel zal een uitvoering geven. Hiermee wordt de multifunctionaliteit van het enkele jaren geleden gerestaureerde kerkgebouw getoond. De directeur van Stadsherstel, mr. W.M.N. Eggenkamp, biedt de Koningin een serie van vijf boekjes aan over de geschiedenis van Stadsherstel.

Stadsherstel zelf ontvangt uit handen van de voorzitter van Stadsdeel Centrum een replica van de gevelsteen die in de in 1829 gesloopte Haringpakkerstoren zat. Deze handeling symboliseert de voorgenomen herbouw van deze toren - een cadeau van Stadsherstel aan de stad -  en benadrukt de medewerking die het stadsdeel hieraan wil verlenen.

Voor de bijeenkomst maakt de Koningin een boottocht langs panden van Stadsherstel. Deze boottocht begint bij Museumwerf ’t Kromhout aan de Nieuwe Vaart.

bron:RVD