Kosten en effecten vergunningsstelsels in kaart gebracht



Een kwart van de vergunningstelsels veroorzaakt 94% van het totaal aan administratieve lasten. Ondernemers vinden dat bij een kwart van de vergunningstelsels de procedure te lang duurt. Bij de helft van de vergunningstelsels is sprake van samenloop met andere vergunningenprocedures. Dat zijn enkele conclusies uit het rapport Kosten en effecten van vergunningverlening, dat in opdracht van de Taskforce Vereenvoudiging Vergunningen is gemaakt. 

n het onderzoek zijn 77 vergunningstelsels onderzocht op doorlooptijd, samenloop met andere vergunningstelsels, certificeringseisen, administratieve lasten, leges, transparantie en serviceniveau.  
Van ongeveer één op de vier vergunningstelsels worden de doorlooptijden door ondernemers als lang beoordeeld. De doorlooptijden variëren van enkele dagen voor bijvoorbeeld het afgeven van parkeervergunningen tot enkele jaren voor omvangrijke Wet Milieubeheer-vergunningen. 
In één op de twee vergunningstelsels is er sprake van samenloop. Voor één activiteit of voor bij elkaar horende activiteiten moeten dan verschillende vergunningen worden aangevraagd. Voorbeelden zijn de verschillende vergunningen voor één exceptioneel transport of de samenloop tussen grondwateronttrekkings- en lozingsvergunning. Voor bedrijven worden vergunningaanvragen daardoor aanzienlijk ingewikkelder. Bovendien ontstaan bij samenloop vaak problemen door interpretatieverschillen tussen vergunningverleners en handhavers.  
Ongeveer één op de vier vergunningstelsels legt certificeringseisen op. Het gaat dan onder meer over diplomas, product- of procescertificaten. Ondernemers beschouwen verplichte certificeringen over het algemeen als overbodig en ongewenst. Vrijwillige certificering wordt bij een goede uitvoering over het algemeen positief beoordeeld.  
 
Bij een kwart van de vergunningstelsels zijn de jaarlijkse administratieve lasten groter dan E 3 miljoen. Deze lasten ontstaan door hoge kosten per aanvraag (bijvoorbeeld Wm-vergunning chemische industrie kost gemiddeld E 80.000 per aanvraag) of het grote aantal vergunningsaanvragen (bedrijven vragen jaarlijks circa 50.000 parkeervergunningen aan).    
Vergunningen voor risicovolle activiteiten zijn relatief duur. Bij deze vergunningstelsels hebben ondernemers meestal ook last van bijvoorbeeld lange doorlooptijden en lage transparantie. Vergunningstelsels met een beperkte en korte geldigheidsduur, zoals de parkeervergunning of exploitatievergunning, kennen een relatief groot aantal aanvragen per jaar. Ondernemers snappen niet waarom dergelijke vergunningen niet kunnen worden afgegeven voor onbepaalde tijd. 
Slechts bij vijf van de onderzochte vergunningstelsels zijn de leges hoger dan E 500. In vergelijking tot de overige (administratieve) lasten wordt de hoogte van de leges door ondernemers beperkt als belastend ervaren.  
 
Slechts een kwart van de vergunningstelsels is voor de ondernemer volledig transparant. Wel staat voor vrijwel alle vergunningstelsels informatie op internet maar vaak zijn dat verwijzingen naar bijvoorbeeld wetteksten en niet informatie waarmee de ondernemer snel en eenvoudig de eigen situatie kan beoordelen. Gebrek aan transparantie ontstaat ook doordat de regels complex en gelaagd zijn. Daardoor is voor het aanvragen van de vergunning veel expertise en ervaring nodig waarvoor externe deskundigen moeten worden ingehuurd.  
 
De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt voor het onderbouwen van de voorstellen die de Taskforce Vereenvoudiging Vergunningen in juni zal aanbieden aan staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken. De Taskforce werkt in opdracht van het Kabinet aan voorstellen voor lagere (administratieve) lasten, kortere doorlooptijden en betere stroomlijning van economisch relevante vergunningprocedures. De Taskforce bestaat uit vertegenwoordigers van departementen, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven.  

bron:EZ



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: