In Nederland (en vele andere EU-lidstaten)
bedragen de accijnzen op bier, wijn en gedistilleerd minder dan de
helft van de directe kosten van drankmisbruik in de vorm van
gezondheidszorg, politie, justitie, beschadiging van eigendommen en
verkeersongelukken. Daarbij is nog geen rekening gehouden met
productieverliezen tengevolge van drankmisbruik en immateriële
schade. Dit concludeert Sijbren Cnossen in het donderdag verschenen
CPB Discussion Paper Alcohol Taxation and Regulation in the
European Union.

Sybren Cnossen is hoogleraar algemene
economie aan de Universiteit Maastricht en aan het Europa College
in Brugge, en gastonderzoeker bij het CPB. Hij heeft onderzocht
hoeveel er wordt gedronken in de Europese Unie, wat de kosten
hiervan zijn en in hoeverre de overheid via accijnzen en regulering
de alcoholconsumptie (en daarmee de nadelige gevolgen) kan
inperken.

Omvang drankconsumptie

Nederlanders van 15 jaar en ouder
consumeren gemiddeld iets meer dan 10 liter pure alcohol per jaar.
Worden geheelonthouders buiten beschouwing gelaten, dan loopt de
consumptie op tot meer dan 12 liter per drinker. Dat is gelijk aan
485 halve liters bier (5%), 135 flessen wijn (0,75 liter, 12%) of
43 kruiken gedistilleerd (0,7 liter, 40%). Ofwel: gemiddeld is het
ruim anderhalf maal het niveau van 2 glazen per dag dat volgens
artsen niet in strijd is met een gezonde levensstijl. Er wordt in
Nederland nog wat minder gedronken dan in België, Duitsland,
Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Als het gaat om specifieke
groepen is het beeld voor Nederland echter minder rooskleurig. Een
op de vijf gebruikers van alcohol in ons land drinkt teveel.Het
percentage zware drinkers is in Nederland een van de hoogste van de
onderzochte landen, namelijk 14,2% van alle drinkers. Daarbovenop
is 5,5% van de drinkers alcoholverslaafd. Dat laatste betekent dat
het aantal alcoholverslaafden even groot is als de bevolking van
Amsterdam. Ook zijn er in Nederland relatief veel jongeren die
drinken, en dan ook nog vaak grote hoeveelheden op
één dag. Dat begint al vroeg. Iets meer dan de helft
van alle 15-jarigen drinkt al minimaal éénmaal per
week.

Grote sociale en financiële gevolgen
van drankmisbruik

Drankmisbruik kost veel geld. In Europa
bestaan de economische kosten voor 66 mld euro uit directe kosten
voor gezondheidszorg, politie, justitie, beschadiging van
eigendommen en verkeersschade, plus 59 mld productieverliezen:
verzuim, werkloosheid, voortijdig overlijden. De totale economische
kosten zijn vier maal zo hoog als de totale opbrengst van
alcoholaccijnzen in de EU-lidstaten.

Naast deze economische schade zorgt
alcohol voor nog veel meer immateriële schade.

Jaarlijks komen ongeveer 10 000
voetgangers, passagiers of niet-drinkende chauffeurs om het leven
door automobilisten met een stuk in de kraag. Ook leidt
alcoholmisbruik tot mishandeling van kinderen en partners,
gezondheidsproblemen, criminaliteit etc.

Accijnzen kunnen alcoholmisbruik beperken,
vooral bij jongeren

Drinkers verminderen hun alcoholconsumptie
als de prijs stijgt. De prijselasticiteit van bier is -0,35%, die
van wijn -0,68% en die van gedistilleerd -0,98%. Dat betekent dat
bierdrinkers maar weinig minder zullen gaan drinken; het effect van
prijsstijgingen op de consumptie van sterke drank zal bijna drie
maal zo groot zijn.Uit onderzoek naar de effectiviteit van
belastingen op breezers blijkt dat jongeren gevoeliger zijn voor
prijsstijgingen dan ouderen. Een speciale belasting op breezers
lijkt dan ook gewenst. Accijnsverhogingen sorteren voorts meer
effect op de lange tijmijn dan op korte termijn en meer op matige
drinkers dan op zware drinkers. Maar hoewel het effect verschilt:
ook zware drinkers gaan er minder van drinken. Gepoogd is te
bepalen wat de optimale alcoholaccijns is. Gezien de effecten zou
eigenlijk geen accijns geheven moeten worden op de eerste twee
drankjes die iemand consumeert, maar daarna zou het tarief
exponentieel moeten toenemen. Een dergelijk systeem is echter
praktisch niet uitvoerbaar. Het lijkt echter wel voor de hand te
liggen om de accijnzen zodanig te verhogen dat deze minimaal de
directe economische kosten dekken.

Ook regulering kan drankgebruik
terugdringen

Reguleringen die effectief zijn in het
bestrijden van drankmisbruik betreffen de minimumleeftijd waarop
alcohol gekocht mag worden, de wettelijke aansprakelijkheid van
verkopers (aan minderjarigen en beschonkenen mag geen drank worden
verkocht) en het vaker op willekeurige tijdstippen houden van
alcoholcontroles in het verkeer. Andere maatregelen blijken
nauwelijks effectief. Dat geldt bijvoorbeeld voor
voorlichtingscampagnes en verboden op drankreclames. Ook blijkt dat
medepassagiers meer drinken als een BOB achter het stuur zit.

bron:CPB