Selecteer een pagina

Wat is er leuker voor een leerling, dan de
klas uit te mogen omdat buiten de zon schijnt? De leerlingen van
vijftien Nederlandse middelbare scholen die deelnamen aan de GLOBE
Aërosolen meetcampagne hebben dit twee maanden lang mogen
doen.

Hun metingen van de intensiteit van het
zonlicht zijn belangrijk voor het klimaatonderzoek bij het KNMI
omdat daaruit de hoeveelheid aërosolen (fijn stof) in de
atmosfeer kan worden bepaald.

Het resultaat van de meetcampagne is dat
de metingen van de scholieren de goede kwaliteit van de
satellietmetingen van het Ozone Monitoring Instrument (OMI)
bevestigen. Op woensdag 16 mei kwamen de leerlingen van de
deelnemende middelbare scholen naar de Bilt om de succesvolle
campagne af te sluiten. Zij presenteerden zelf hun
onderzoeksresultaten en hoorden hoe zij hebben bijgedragen aan het
KNMI onderzoek.

Aërosolen vormen een belangrijke
schakel in het klimaatonderzoek vanwege hun invloed op de
temperatuur en op wolkenvorming. Het KNMI onderzoekt deze invloed
onder andere door middel van satellietwaarnemingen, met name door
OMI. Dit instrument – waarover het KNMI de wetenschappelijke
leiding heeft – meet niet alleen de hoeveelheid ozon in de
atmosfeer, maar ook tal van andere gassen, en aërosolen. Het
instrument bevindt zich op de NASA-satelliet Aura.

De metingen van de leerlingen worden zo
getimed dat ze precies samenvallen met de metingen van OMI, dat
tweemaal per dag over Nederland komt. Metingen vanaf de grond
leveren veel inzicht op over de satellietwaarneming, die veel
complexer is. Dit maakt het meetnetwerk van scholen zeer waardevol
voor het KNMI. Voor zowel de grondmeting als de satellietmeting van
aërosolen is het van belang dat er (bijna) geen bewolking is.
Voorafgaand aan de campagne werd gehoopt op vijf tot tien dagen met
goede meetomstandigheden. Vooral door de uitzonderlijke aprilmaand
(280 zonuren tegen 162 normaal) werd deze verwachting ruim
overtroffen met 34 dagen waarop werd gemeten.

bron:KNMI