De rechtbank Roermond heeft een leraar veroordeeld voor ontucht met minderjarigen. De man heeft een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, opgelegd gekregen. Verder is hij, ter bescherming van potentiële slachtoffers, voor de duur van 7 jaar ontzet uit het recht om het beroep van onderwijzer/leraar/docent uit te oefenen. De straf is zwaarder dan de eis van de officier van justitie.

Volgens de rechtbank komen de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en met name de structurele handelingen met betrekking tot slachtoffer 1 en de langdurige gevolgen voor de slachtoffers onvoldoende in de eis van de officier van justitie en in het standpunt van de verdediging tot uitdrukking.

Doordat de verdachte het in hem gestelde vertrouwen als leraar en jeugdleider diep heeft beschaamd en de maatschappelijke verontrusting die mede daarvan het gevolg is, en het wantrouwen dat hierdoor wordt gekweekt ten opzichte van anderen die in het onderwijs werkzaam zijn en/of als vrijwilliger jeugdigen begeleiden; omdat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister in 1992 ter zake van het plegen van ontucht met een minderjarige is veroordeeld, welke veroordeling verdachte niet heeft kunnen weerhouden opnieuw soortgelijke delicten te plegen; gelet op het feit dat verdachte in 1992 en nu opnieuw wordt veroordeeld voor ontucht met minderjarigen, onder meer in schoolverband; acht de rechtbank een hogere onvoorwaardelijk vrijheidsstraf passend dan door de officier van justitie is gevorderd en door de verdediging is bepleit.

De rechtbank veroordeelde de leraar tot een gevangenisstraf voor de tijd van dertig maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, waaronder ook valt een behandeling bij/binnen GGzE/De Grote Beek te Eindhoven bestaande uit een meerdaagse deeltijd behandeling aldaar. Voorts wordt, ter bescherming van potentiële slachtoffers, het noodzakelijk geacht dat verdachte niet meer als onderwijzer dan wel als leraar dan wel als docent zal optreden. Daarom wordt verdachte uit het recht om het beroep van onderwijzer/leraar/ docent uit te oefenen voor de maximale duur van 7 jaar ontzet.

Bron: Rechtbank Roermond