Selecteer een pagina

In 2006 zijn 9,4 duizend inwoners van
Nederland aan longkanker overleden. Dit is 7 procent van het totaal
aantal overledenen. Het aantal vrouwen dat aan longkanker overlijdt
is sinds 1970 ruim vervijfvoudigd. Dat blijkt uit tellingen van het
CBS.

Stijging bij vrouwen, daling bij
mannen

Het aandeel vrouwen dat aan longkanker
sterft blijft stijgen, het aandeel mannen dat aan deze ziekte
overlijdt, daalt echter al twintig jaar. De reden voor de toename
van de longkankersterfte onder vrouwen is dat zij, ofschoon veel
later dan mannen, op grote schaal zijn gaan roken. Omdat roken pas
vele jaren later kan leiden tot longkanker, zijn deze veranderingen
in rookgewoonten pas veel later terug te zien in de sterftecijfers
over longkanker. Toch sterven nog steeds tweemaal zoveel mannen als
vrouwen aan longkanker.

Vrouwen jonger dan mannen

De gemiddelde leeftijd van de mannen die
in 2006 aan longkanker stierven was 70,6 jaar. Vrouwen die aan
longkanker overleden waren gemiddeld 3,3 jaar jonger.

Het aantal jongeren (jonger dan 30 jaar)
dat aan longkanker overlijdt, is gering. Bij mannen tussen 60 en 70
jaar en vrouwen tussen 50 en 60 jaar is longkanker bij
één op de zeven overledenen de doodsoorzaak.
Opvallend is dat tot de leeftijd van 60 jaar de longkankersterfte
bij vrouwen hoger is dan bij mannen.

Stoppen met roken

De afname van de sterfte aan longkanker
bij mannen en de toename van de sterfte bij vrouwen zijn vooral het
gevolg van het rookgedrag van beide groepen. Sinds eind jaren
vijftig is het percentage mannen dat rookt sterk gedaald, van 90
procent tot 34 procent in 2006. Het percentage vrouwen dat rookt is
in de jaren vijftig en zestig toegenomen, maar sinds 1970 is het
weer geleidelijk gedaald tot 25 procent in 2006.

bron:CBS