Maatregelen sociale zekerheid voor migranten



Het kabinet wil ervoor zorgen dat werkgevers en partners die financieel
garant staan voor migranten, hun verplichtingen beter nakomen.
Vreemdelingen die geen recht meer hebben om in Nederland te verblijven
en daartegen in beroep gaan, wil het kabinet niet langer een
bijstandsuitkering geven. Ook wil het kabinet dat bestaande regels voor
de sociale zekerheid van migranten beter worden toegepast door nauwere
samenwerking tussen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de
gemeenten.
 
 
Dat staat in de brief die staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. Op verzoek van
de Tweede Kamer heeft het kabinet de mogelijkheden op een rij gezet om
de toegang van migranten tot de sociale zekerheid te beperken. Het
kabinet tekent daarbij aan dat ook op dit moment al geldt dat rechten
in de sociale zekerheid in belangrijke mate moeten worden
opgebouwd.   
Het kabinet streeft naar een redelijk evenwicht tussen aan de ene kant
het voorkomen van een aanzuigende werking op migranten en aan de andere
kant inkomensbescherming van de degenen die hier al langer zijn. 
 
Het kabinet respecteert internationale verdragen en de daaruit
voortvloeiende verplichtingen. Op basis hiervan is het kabinet gekomen
tot een aantal direct toepasbare voorstellen, voorstellen die om
verdere uitwerking vragen en voorstellen die nader moeten worden
onderzocht.  
Achtergrond van de voorstellen is de discussie die in de Tweede Kamer
is gevoerd naar aanleiding van het rapport van de Commissie Blok over
de gevolgen voor de sociale zekerheid van de toenemende immigratie in
de afgelopen decennia.   
 
Tot de voorstellen die het kabinet verder wil uitwerken (voor eind
september 2005) behoort het beter waarborgen van de financiële
garantstelling door werkgevers en partners van migranten. Bekeken zal
worden of het mogelijk is een bankgarantie te vragen en een financiële
garantstelling te weigeren van mensen die eerder onbetrouwbaar zijn
gebleken. Ook denkt het kabinet eraan de periode waarin het
verblijfsrecht van een migrant afhankelijk is van de Nederlandse
partner te verlengen van drie naar vijf jaar. Het kabinet bekijkt wel
of het voor bepaalde groepen een uitzondering kan maken, bijvoorbeeld
voor actieve inburgeraars.   
Verder wil het kabinet de regels in de bijstandswet zo aanpassen dat
gemeenten geen bijstand meer hoeven te geven aan vreemdelingen die in
een bezwaar- of beroepsprocedure zitten tegen de beëindiging van hun
verblijfsrecht. Voor burgers uit landen die zijn aangesloten bij de
Raad van Europa (de Europese Unie, Turkije, Rusland en landen in de
Kaukasus) kan dat niet vanwege een internationaal verdrag. Nederland
bereidt echter een voorbehoud voor op dit verdrag.  
 
Het kabinet wil bestaande regels voor migranten beter toepassen. Zo
hoeven gemeenten geen bijstand te geven aan mensen die voor een bepaald
doel tijdelijk in Nederland mogen zijn, zoals au-pairs. Het kabinet wil
die regel verduidelijken en betere afspraken maken over de toepassing
ervan met de IND en de gemeenten.   
Het aanvragen van een bijstandsuitkering kan voor sommige mensen
betekenen dat hun verblijfsvergunning wordt beëindigd. Dat kan
bijvoorbeeld gelden voor mensen die hier werken en een vergunning
hebben gekregen voor de duur van het werk. Het kabinet wil de manier
waarop gemeenten en de IND samenwerken verbeteren, zodat beter de hand
kan worden gehouden aan deze regel.   
 
Tot slot wil het kabinet onderzoeken of migranten die naar Nederland
komen, verplicht kunnen worden zich bij te verzekeren voor hun
toekomstige AOW-uitkering. Migranten moeten dan een bedrag betalen
voordat zij Nederland in mogen komen. Mensen die zich niet
bijverzekeren en daardoor geen volledige AOW-uitkering hebben, krijgen
dan geen aanvulling meer uit de bijstand. De consequenties hiervan voor
mensen die komen werken, inclusief 'kenniswerkers', worden bij het
onderzoek betrokken. Ook wil het kabinet de mogelijkheid onderzoeken om
migranten pas na enige tijd voor bijstand in aanmerking te laten komen.
Beide voorstellen zijn ingegeven door een inventarisatie van de
situatie in het buitenland, waaruit blijkt dat in Denemarken
soortgelijke regels gelden.  

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: