Alida Margaretha Bosshardt, beter bekend
als majoor Bosshardt, werd 94 jaar oud. Zij werd geboren op 8 juni
1913 in Utrecht. Als dochter van een rooms-katholieke vader en
reformatorische moeder, bezoekt zij veel verschillende kerken.
Totdat zij op achttienjarige leeftijd getuige is van een
openluchtbijeenkomst van het Leger des Heils. De boodschap van de
heilssoldaat ("De God die mij liefheeft, heeft ook u lief") spreekt
haar zo aan dat ze besluit lid te worden van het Leger des Heils.
In 1932 treedt ze toe.

Oorlog

Vanaf 1934 werkte ze in het kindertehuis
De Zonnehoek op het Rapenburg te Amsterdam. Al snel na de Duitse
inval in Nederland werd het Leger des Heils door de bezetter
verboden maar Bosshardt bleef zich in het geheim inzetten voor de
veelal Joodse kinderen die door hun ouders naar De Zonnehoek waren
gebracht.

Eenmaal werd Bosshardt verraden en
gearresteerd. Ze wist echter te ontsnappen doordat haar
ondervragers vergeten waren de deuren af te sluiten. Tijdens de
hongerwinter verzamelde ze voedsel voor de kinderen in het
kindertehuis. In 2004 ontving zij de Yad Vashem-onderscheiding van
Israël voor haar werk voor Joodse kinderen in de Tweede
Wereldoorlog.

Wallen

Na de Tweede Wereldoorlog kwam ze op het
hoofdkantoor van het Leger des Heils in Amsterdam terecht. Daar
merkte ze op dat het Leger des Heils op de Wallen, het Amsterdamse
prostitutiegebied, nauwelijks actief was. Nadat ze er enkele malen
bij de leiding op had aangedrongen, kreeg ze toestemming met
werkzaamheden op de Wallen te beginnen. In 1948 richtte ze daar het
Goodwillcentrum op. Ze slaagde erin contact te maken met de
prostituées en vierde onder meer jaarlijks Kerstmis met
hen.

In 1959 kwam ze voor het eerst op de
Nederlandse televisie, in het programma Anders dan anderen. In 1965
lekte uit dat ze prinses Beatrix (die daarbij was vermomd als
Heilssoldate) op een trip over de Wallen begeleid had; dagenlang
was het werk van majoor Bosshardt groot nieuws in Nederland.

Inzet

In 1978 ging Bosshardt met pensioen. Ze
was inmiddels luitenant-kolonel geworden maar bleef bij het publiek
bekend als "majoor Bosshardt". Ook na haar pensionering bleef ze
zich inzetten voor het Leger des Heils en was ze vaak op de
Nederlandse televisie te zien. Bekendheid kreeg ook haar
vriendschap met de zanger en kunstschilder Herman Brood die ze
leerde kennen tijdens de opnamen van het televisieprogramma Villa
Felderhof.

Anno 2005 is ze gestopt met het
verspreiden van De Strijdkreet, het blad van het Leger des Heils.
Maar ze gaf nog wel steeds lezingen, ging op bezoek bij zieken,
sprak op congressen en tijdens kerkdiensten en verscheen op
televisie. Een citaat uit een televisieuitzending van 11 augustus
2005: "Ik denk dat het altijd zinniger is de boodschap van God te
brengen dan directeur te zijn van een vuurwerkfabriek."

Gezondheid

Na eind november 2005 was ze te ziek en
aan huis gekluisterd. Ze had opeens overal pijn. Later bleek dat
het ging om een beknelde zenuw. Sindsdien had ze zware medicijnen
en werd ze sneller moe. Ook had Bosshardt last van haar hart en was
meerdere keren gevallen.

"Ach, ik kan in elk geval nog denken. Dat
wel." Meer dan ooit denkt de majoor aan de dood, vertelt ze in De
Telegraaf. "Nu ik moeilijk loop, kan ik nauwelijks meer iets. Als
de dood komt, dan heb ik er vrede mee."

Onderscheiding

In februari 2006 gaf zij nog haar naam een
nieuwe onderscheiding: de Majoor Bosshardt Prijs. De prijs wordt
uitgereikt aan degene die zich op bijzondere wijze verdienstelijk
heeft gemaakt voor een goed doel in Nederland. De prijs is een in
brons gegoten kunstwerk.

bron:IKON