Parlementariërs en leden van Provinciale Staten hebben veel vaker dan vroeger werkervaring in het bedrijfsleven. In gemeenteraden zitten echter verhoudingsgewijs nog altijd de meeste mensen uit het bedrijfsleven. Dit blijkt uit een landelijk onderzoek van het VNO-NCW-opinieblad Forum, waarin de situatie in 2006 onder andere wordt vergeleken met 1993.

 

In de Eerste Kamer steeg het aantal leden uit het bedrijfsleven van 23 procent (1993) naar 29 procent (2006), in de Tweede Kamer van 20,5 procent (1993) naar ruim 36,7 procent (2006) en in de colleges van Provinciale Staten van 27,3 procent (1993) naar 38,5 procent. Daarmee komt het aandeel politici met werkervaring in de marktsector dichterbij het aandeel van de beroepsbevolking dat daar zijn brood verdient (ruim 50 procent). Alleen in gemeenteraden is het aantal mensen uit het bedrijfsleven de laatste dertien jaar vrijwel stabiel gebleven: 41,4 procent in 1993 en 40,7 procent in 2006.

Voor de vierde keer deed Forum onderzoek naar de bedrijfsachtergrond van onze politici. In het onderzoek zijn de gegevens verwerkt van 4.880 gemeenteraadsleden en 794 wethouders en van alle leden van Provinciale en Gedeputeerde Staten, Eerste en Tweede Kamer, kabinet en
van de Nederlanders in het Europees Parlement. Uit het onderzoek komt naar voren dat de  drie grote partijen (CDA, PvdA en VVD) bewust proberen hun politieke fracties ook qua bedrijfsachtergrond meer evenwichtig samen te stellen. Ze willen daarmee antwoord geven op de veel gehoorde kritiek dat vooral ambtenaren en mensen uit het onderwijs politiek actief zijn.

De VVD is de partij die volksvertegenwoordigers het meeste rekruteert in het bedrijfsleven. Van de huidige Tweede-Kamerfractie komt driekwart uit de marktsector. Bij het CDA is dat slechts 32 procent en bij de PvdA 29 procent. In gemeenteraden en provinciebesturen is de VVD wat dat betreft ook veruit koploper.

Uit het onderzoek van Forum blijkt verder dat naarmate politieke functies meer tijd vergen ze minder vaak door mensen uit het bedrijfsleven worden vervuld. Zo komt van de raadsleden een groter aandeel (40,7 procent) uit het bedrijfsleven dan van de wethouders (33,8 procent). Hetzelfde geldt bij de provincies: van de leden van Provinciale Staten komt 38,5 procent uit het bedrijfsleven en van de gedeputeerden 32 procent. In die lijn past ook dat raadsleden in kleine gemeenten veel vaker afkomstig zijn uit het bedrijfsleven dan raadsleden in de grote steden. In gemeenten met minder dan 10.000 inwoners komt 46,3 procent van de raadsleden uit het bedrijfsleven, in gemeenten met meer dan 200.000 inwoners is dat slechts 29,9 procent. In kleine gemeenten kun je het raadswerk
vaak nog in de avonduren doen, in grotere steden is dat vrijwel onmogelijk.

bron:VNO-NCW