Minister Hirsch Ballin van Justitie wil
het toezicht versterken en verbreden op de zogeheten collectieve
beheersorganisaties die zich bezig houden met de incasso, het
beheer en de verdeling van vergoedingen voor auteurs- en naburige
rechten. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat de bewindsman vandaag
voor consultatie naar verschillende instanties heeft gestuurd.

Directe aanleiding voor het wetsvoorstel
zijn de aanbevelingen van het College van Toezicht Auteursrechten
voor verbetering van het toezicht. Nu strekt dit zich uit tot de
vijf collectieve beheersorganisaties met een wettelijke taak. Dat
zijn de vereniging Buma, de Stichting Exploitatie Naburige Rechten
(Sena) alsmede de stichtingen De Thuiskopie, Leenrecht en
Reprorecht. Straks zal het College ook toezicht houden op de
belangrijkste andere organisaties die zich bezig houden met de
inning of verdeling van auteursrechtvergoedingen.

De nieuwe wettelijke regeling moet meer
inzicht verschaffen in de activiteiten van de
auteursrechtorganisaties zodat hun functioneren beter kan worden
gecontroleerd. Het groeiende economische belang van auteurs- en
naburige rechten rechtvaardigt een sterk onafhankelijk toezicht op
de activiteiten van deze instanties. Het wetsvoorstel sluit aan bij
de wens van de Tweede Kamer om het toezicht aan te scherpen en
transparantie bij het collectieve beheer te vergroten.

Om dit te bereiken stelt de minister voor
de vereniging Buma ook onder het preventief toezicht van het
College van Toezicht Auteursrechten te laten vallen. Dit houdt in
dat de organisatie pas bepaalde besluiten mag nemen na voorafgaande
schriftelijke toestemming van het College; een verplichting die
Buma tot op heden -als enige- niet had.

Ook wordt de informatieplicht aangescherpt
zodat het College tijdig over alle benodigde gegevens kan
beschikken. Er komt een zelfstandige informatieverplichting voor
die instanties, waarmee een collectieve beheersorganisatie
samenwerkt om de vergoedingen te innen en te verdelen. Verder mag
het College bestuurlijke boetes opleggen als een collectieve
beheersorganisatie een bindende aanwijzing niet opvolgt.

Organisaties van vrijwillig collectief
beheer worden eveneens onder toezicht van het

College geplaatst. Op dit moment vallen
zij daar niet onder vanwege hun vrijwillige

karakter. Omdat hun optreden niet
wezenlijk verschilt van dat van de vijf organisaties van verplicht
collectief beheer, is besloten het toezicht ook tot deze andere
organisaties uit te breiden. Het betreft instellingen als de
Stichting Videma, die opkomt voor rechthebbenden op televisie- en
filmbeelden, de Stichting Naburige Rechtenorganisatie voor Musici
en Acteurs (Norma), en de Stichting Beeldrecht.

Met de versterking van het instrumentarium
van en de verbreding van het toezicht door het College van Toezicht
Auteursrechten kent straks ook de auteursrechtsector een
sectorbreed en onafhankelijk kwaliteitstoezicht.

bron:MinJus