De Nederlandse elektriciteitsproductie uit
windenergie is sinds 2001 ruimschoots verdrievoudigd. Deze groei
wordt veroorzaakt door het plaatsen van steeds grotere windmolens.
In 2006 was 2,4 procent van het elektriciteitsverbruik geproduceerd
door windmolens in Nederland. Dit blijkt uit metingen van het
CBS.

Doorbraak turbines van 2 megawatt

Sinds eind 2001 is de totale capaciteit
van de Nederlandse windmolens op land en op zee toegenomen van een
kleine 500 megawatt (MW) tot ruim 1 500 MW eind 2006. Hierbij daalt
het aantal in gebruik genomen windmolens op land al enige jaren,
maar gaat het wel om steeds krachtigere windmolens.

Zo worden sinds 2006 veel turbines van 2
MW of meer geplaatst. Hierdoor is de gemiddelde capaciteit van de
nieuwe windmolens op land met 50 procent toegenomen ten opzichte
van 2005.

Meeste molens in Flevoland

De meeste windmolens staan in Flevoland.
Daar staat 38 procent van het totale windvermogen in Nederland. De
windmolens staan verder vooral in de kustprovincies Groningen,
Friesland, Noord- en Zuid-Holland en Zeeland.

Eind 2006 is voor de kust bij Egmond het
eerste windpark op de zee in gebruik genomen. Dit park telt 36
molens van 3 MW. Het totale vermogen van dit park is dus 108 MW, 7
procent van het totale windvermogen in ons land.

Ook sterke groei windenergie in Europa

Ook in andere Europese landen is de
capaciteit van de windmolens sinds 2001 verdrievoudigd, van 17
duizend MW eind 2001 tot 48 duizend MW eind 2006. De meeste
windmolens staan in Duitsland en Spanje. Deze landen zijn samen
goed voor twee derde van het Europese windvermogen.

Buiten Europa stond eind 2006 ongeveer 24
duizend MW. De totale capaciteit van de windmolens in Duitsland
ligt hoger dan die van heel Noord-Amerika en die van Spanje hoger
dan die van heel Azië.

bron:CBS