Minister Ter Horst concludeert uit
onderzoek dat de kennis van jongeren over de democratie
tekortschiet. Zo weet een op de vier jongeren niet dat de
gemeenteraad en provinciale staten rechtstreeks worden gekozen.
Minister Ter Horst (BZK) heeft het rapport 'Jonge burgers en
democratie' aan de Tweede Kamer aangeboden. Het onderzoek richtte
zich op kennis, houding en vaardigheden van jongeren van 18 tot en
met 25 jaar ten opzichte van de democratie.

De minister noemt enkele punten waarbij de
kennis van jongeren volgens haar tekortschiet:

Een op de vier jongeren weet niet dat de
gemeenteraad en provinciale staten rechtstreeks worden gekozen. Een
op de acht weet dat niet van de Tweede Kamer.

Een op de drie jongeren kent de
vertrouwensregel in de parlementaire democratie niet.

Het beginsel van de scheiding tussen
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht is voor veel jongeren
niet duidelijk.

Een op de vijf jongeren heeft onvoldoende
besef van het beginsel van scheiding van kerk en staat.

Bijna de helft van de jongeren weet niet
dat Europese regels voorrang hebben op nationale voorschriften.

Veder vindt een meerderheid van de
jongeren dat rekening houden met anderen niet ten koste mag gaan
van je eigen vrijheid. Ook onderschrijft ruim de helft de stelling
dat 'niemand het recht heeft mij voor te schrijven wat ik moet
doen of laten'. Ter Horst noemt dat 'zorgelijk'.

Volgens haar geeft deze houding blijk van
'doorgeslagen individualisme', dat niet past bij democratisch
burgerschap.

De minister heeft aan verschillende
organisaties gevraagd hoe zij kunnen bijdragen aan een zichtbare
vooruitgang in de kennis en houding van jongeren. Zij heeft
daarvoor onder meer de besturen van politieke partijen, het
Instituut voor publiek en politiek, de Kiesraad en het Forum voor
democratische ontwikkeling benaderd.

Bron:BZK