Ministerie van Justitie: Recidive blijft hoog



De recidive onder ex-gedetineerden en jeugdigen is hardnekkig en
zorgwekkend hoog. Dit blijkt uit diverse rapporten van het
Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) die vandaag
door minister Donner van Justitie aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.  

Met deze rapporten wordt voor het eerst uitgebreid en over een langere
periode de recidive beschreven. Het gaat hierbij om mensen die na een
strafrechtelijke sanctie opnieuw met Justitie in aanraking komen en
vervolgd worden voor een strafbaar feit.  
 
De algemene recidive, dus alle nieuw justitiecontacten ongeacht de aard
en de ernst van het misdrijf, is het hoogst onder jeugdigen die in een
Justitiële Jeugdinrichting hebben verbleven. Zes jaar na uitstroom
heeft 78% van hen een of meer nieuwe justitiecontacten.   
Voor de meerderjarige ex-gedetineerden gaat het om 71%. Bij de
tbs-gestelden, van wie de maatregel eindigde tussen 1994 en 1998 is het
percentage 36%.   
 
De beleidsontwikkelingen die in de periode 2002-2004 zijn ingezet, zijn
nog niet of nauwelijks terug te zien in de Recidivemonitor. De
resultaten van de ingezette beleidsveranderingen zullen op de langere
termijn zichtbaar moeten worden. De acties in het kader van Jeugd
terecht worden gevolgd en komen terug in de voortgangsrapportages van
het Veiligheidsprogramma. Over de effecten van de begeleiding van de
jeugdreclassering krijgt de Tweede Kamer dit voorjaar een
Recidivemonitor-deelrapport.   
 
De recidive onder jeugdigen is hoog. Kennelijk weerhouden de
strafrechtelijke sancties alleen hen er niet van zich opnieuw schuldig
te maken aan delinquent gedrag. Er zal ook thuis en in de verdere
leefomgeving van de jongere iets moeten veranderen. Om die reden is
gekozen voor een brede aanpak in het programma Jeugd terecht, dat
onderdeel vormt van het Veiligheidsprogramma. Alle betrokkenen in de
jeugdketen moeten hun verantwoordelijkheid nemen ten behoeve van een
gerichte preventie, interventie, nazorg en het bevorderen van binding
van jongeren met de omgeving en de maatschappij in het algemeen. Een
zodanig samenhangende aanpak binnen en buiten justitie wordt versterkt
door Operatie Jong.   
 
Ook bij meerderjarige justitiabelen vraagt de recidive om een brede
aanpak. Uitgangspunt is dat de recidivepercentages over de hele linie
alleen terug zijn te dringen als justitie, reclassering, gemeenten en
zorginstellingen samenwerken. Een goede aansluiting op nazorg is een
onmisbare voorwaarde voor een succesvolle reïntegratie van
ex-gedetineerden. Afspraken met gemeenten rond de nazorg speciaal voor
minder- en meerderjarige veelplegers worden vastgelegd in de Grote
Steden Beleid-convenanten. De langdurige vrijheidsbeneming van
veelplegers door middel van de ISD-maatregel en de Strafrechtelijke
Opvang Verslaafden moet in de komende jaren effect hebben op de omvang
van de criminaliteit en op het terugdringen van de recidive bij
specifieke groepen.  
 
In 2002 is het beleidsprogramma Terugdringen Recidive gestart.
Onderzoek in binnen -en buitenland heeft aangetoond dat een zorgvuldige
selectie van gedetineerden voor het traject van gedragsverandering
belangrijk is. Hiervoor is een diagnose-instrument ontwikkeld, de
Risico Inschattingsschalen (RISc). De invoering van dit instrument door
de reclassering zal uiterlijk begin 2006 worden afgerond. Programma's
gericht op het terugdringen van recidive worden alleen ingezet als er
na de voorlopige hechtenis voldoende strafrestant is, namelijk vier
maanden of meer. Maximaal een kwart van de gedetineerden zullen
uiteindelijk meedraaien in een programma voor effectieve
gedragsverandering.  
 
Voor de gedragsinterventies wordt een basispakket ontwikkeld van 10
interventies die voldoen aan de internationaal erkende
kwaliteitscriteria. Op dit moment zijn dat er nog 130.   
De nieuwe methodiek houdt ook een verandering in van de samenwerking
tussen gevangeniswezen en reclasseringsorganisaties vanaf 2006. 
 
 
De recidive van de tbs-gestelden van wie de maatregel is geëindigd in
de jaren 1994-1998 blijkt substantieel lager dan die onder de eerder
beschreven groepen. Het is aannemelijk dat de combinatie van langdurige
vrijheidsbeneming en een behandeling gericht op het terugdringen van
het recidiverisico resultaat oplevert.   
 
Naast de tbs-ers heeft een bepaald percentage van de populatie in de
gevangenissen en de jeugdinrichtingen een hoog recidiverisico vanwege
aanwezige psychische stoornissen. Het voormemen is om voor deze
bijzondere groep gedetineerden, op grond van zorgbehoefte en
beveiliging, speciale voorzieningen te treffen. Zij worden al dan niet
in combinatie met een langdurige vrijheidsstraf of maatregel behandeld
met als doel het recidiverisico te verminderen.  

Bron: Ministerie van justitie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: