MKB-Nederland betreurt de uitspraak van de
rechtbank in Den Haag dat de staat niet hoeft te zorgen voor een
zwangerschapsuitkering voor zelfstandig werkende vrouwen. De
rechter kwam woensdag tot zijn besluit in een proefproces dat
namens zeven zelfstandigen was aangespannen door de vakcentrale FNV
en het Proefprocessenfonds Clara Wichmann.

Sinds het afschaffen van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) in 2004 zijn
zelfstandige ondernemers voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering
aangewezen op een particuliere verzekering. Dat geldt ook voor een
uitkering tijdens zwangerschap.

MKB-Nederland heeft er bij herhaling voor
gepleit om vrouwelijke zelfstandigen op dit punt gelijk te trekken
met vrouwen in loondienst. Deze krijgen 100 procent doorbetaald
tijdens hun zwangerschaps- en bevallingsverlof. November 2006
beloofde toenmalig minister Wijn van economische zaken al dat er
snel een regeling zou komen.

De bewindsman deed deze toezegging na een
breed gesteunde motie van de Kamerleden Van Gent en Verburg. Tot op
heden is echter nog niets geregeld. In het coalitieakkoord van de
huidige regering is een passage opgenomen waarin staat dat er een
uitkering moet komen voor zwangere ondernemers en meewerkende
partners. MKB-Nederland roept de overheid dan ook op hier vlot
uitvoering aan te geven. Een uitkering gedurende drie maanden zou
de staat circa 50 miljoen euro per jaar kosten.

Het inkomensrisico bij zwangerschap is
voor zelfstandigen nu in vrijwel alle gevallen niet gedekt. Er zijn
wel mogelijkheden om dit op te nemen in een uitgebreidere ziekte-
of arbeidsongeschiktheidspolis, maar meestal geldt dan een
wachttijd van een jaar. Veel van de zwangere zelfstandigen zijn
jonge starters. In de eerste jaren van hun ondernemerschap hebben
zij geen behoefte aan of middelen voor een
arbeidsongeschiktheidsuitkering. Evenmin hebben ze voldoende jaren
gewerkt om zelf te sparen om de verlofperiode te overbruggen.

FNV en het Clara Wichmann Instituut
beriepen zich tijdens het proces op een Europese richtlijn en het
VN Vrouwenverdrag, die stellen dat lidstaten zwangere vrouwen
inkomensbescherming moeten bieden. Ook de Commissie Gelijke
Behandeling oordeelde eerder deze maand dat de overheid een
regeling moet treffen. De rechter bepaalde woensdagochtend echter
dat de staat niet in strijd handelt met de Europese en
internationale regelgeving.

De FNV overweegt nog hoger beroep, maar
rekent - net als MKB-Nederland - vooral op de Tweede Kamer die nu
haar tanden moet laten zien. In juni dit jaar heeft het parlement
opnieuw een motie aangenomen (motie Halsema) waarin wordt
opgeroepen nog voor september met een regeling te komen.

bron:MKB