De nationaal rapporteur mensenhandel (NRM)
mw. Dettmeijer waarschuwt de Nederlandse overheid voor uitbuiting
van mensen door hun werkgevers in Nederland. Dat blijkt uit de
vijfde mensenhandelrapportage die vanmiddag is aangeboden aan
Minister Hirsch Ballin van Justitie. Naast de aandacht voor
uitbuiting in arbeidssituaties buiten de seksindustrie, behandelt
de rapportage de gebruikelijke thema’s, zoals wet- en
regelgeving, slachtoffers, bestuurlijke handhaving, opsporing en
vervolging.

Uitbuiting buiten de seksindustrie

Sinds 1 januari 2005 is ook uitbuiting in
andere sectoren dan de seksindustrie strafbaar als mensenhandel.
Daarbij heeft de wetgever niet scherp afgebakend waar slecht
werkgeverschap overgaat in slavernijachtige praktijken die als
mensenhandel gekwalificeerd kunnen worden. Tot nu toe kwamen twee
zaken (betreffende hennepknippen respectievelijk Chinese horeca)
voor de Nederlandse rechter. Die leidden tot vrijspraak van
mensenhandel in eerste aanleg. De NRM volgt de jurisprudentie
betreffende de grenzen van het begrip uitbuiting op de voet. Het is
echter evident dat ook overige uitbuiting in Nederland voorkomt. De
rapportage bevat diverse casus variërend van misstanden die
arbeidsrechtelijk aangepakt zouden moeten worden tot excessieve
uitbuitingssituaties waarin basale rechten van slachtoffers worden
geschonden en die zonder twijfel als voorbeelden van mensenhandel
kunnen worden beschouwd.

Uitbuiting binnen de seksindustrie

Uitbuiting binnen de seksindustrie komt
nog steeds voor in Nederland. Zelfs in de vergunde sector, zes jaar
na de opheffing van het algemeen bordeelverbod. Dit is niet
acceptabel en de NRM pleit dan ook voor een aangescherpt landelijk
kader voor het prostitutiebeleid waarin gemeenten hun zaken op dit
terrein niet - zoals nu - kunnen, maar moeten regelen.

De slachtoffers

In de positie van slachtoffers noteert de
NRM verbeteringen, althans voor degenen die meewerken aan opsporing
en vervolging. Zo geldt de B9 (tijdelijke verblijfsvergunning) nu
ook voor slachtoffers van overige uitbuiting en zijn de
mogelijkheden voor voortgezet verblijf verruimd. Aan de positie van
het slachtoffer valt in de praktijk echter nog veel te verbeteren,
ook in en rond diens positie in het strafproces. Zo is het voor
slachtoffers niet eenvoudig geleden schade vergoed te krijgen. De
NRM gaat de positie van het slachtoffer in de komende periode nader
onderzoeken.

Mensenhandel met het oog op
orgaanverwijdering

Er zijn nauwelijks aanwijzingen dat
mensenhandel gericht op orgaanverwijdering in Nederland voorkomt.
Het tekort aan beschikbare organen voor transplantatie kan daar wel
toe leiden. Nederlandse betrokkenheid bij orgaantoerisme en
orgaanhandel (commerciële transplantatie) komt voor, zij het
op kleine schaal. Bij orgaandonatie bij leven moet waakzaamheid
betracht worden ten aanzien van mogelijke onvrijwilligheid.

Verbeteren van de aanpak van
mensenhandel

De NRM heeft tot taak de Nederlandse
regering te informeren over mensenhandel en te adviseren over de
aanpak ervan. Er gebeurt op dit terrein veel, maar het is nog niet
genoeg. De rapportage bevat meer dan 60 aanbevelingen over een
veelheid aan onderwerpen, waaronder wet- en regelgeving,
voorlichting, hulpverlening aan slachtoffers, opsporing - met extra
aandacht voor financieel rechercheren -, vervolging en
berechting.

bron:MinJus