Er komt meer steun voor arme landen om de
gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dat is afgesproken op
de klimaatconferentie in Nairobi. Staatssecretaris Van Geel
(milieu) is verheugd: 'Meer steun is nodig, want arme landen zijn
extra kwetsbaar; zij hebben niet de middelen om zich snel aan te
passen aan bijvoorbeeld zeespiegelstijging, overstroming en
droogte.'

Fonds

In Nairobi zijn afspraken gemaakt over een
fonds, waaruit arme landen middelen kunnen krijgen om zich beter
aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Voor dit
fonds betalen rijke landen de komende jaren tussen 300-800 miljoen
dollar. Dit fonds kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor
dijkverhoging en waterprojecten.

Afrika

In Afrika zijn er in vergelijking met
Zuid-Amerika en Azie weinig klimaatprojecten. Volgens Van Geel is
dat geen goede zaak: 'Rijke landen moeten arme landen helpen om
hun energievoorziening milieuvriendelijker te maken. Daarvan moeten
ook de armste landen, waarvan veel in Afrika, kunnen profiteren.'
Nederland wil daarom sneller klimaatprojecten in Afrika opzetten
door de al geplande energieprojecten milieuvriendelijker te maken.
Bijvoorbeeld windparken en energiecentrales gestookt met biomassa.
Verder gaat Nederland 1 miljoen dollar bijdragen om
klimaatverandering in Afrika beter in kaart te brengen. Zo kan
Afrika zich beter voorbereiden op de gevolgen.

Toekomst

In Nairobi stond ook het klimaatbeleid na
2012 op de agenda. Snelle actie is nodig, want het klimaat
verandert sneller en ernstiger dan verwacht. De gevolgen van
klimaatverandering zijn desastreus, vooral voor
ontwikkelingslanden. Staatssecretaris Van Geel betreurt dat er
weinig voortgang is geboekt. Van Geel: 'Je wil graag weten wie
doet wat, waar en wanneer en dat is helaas niet gebeurd.'

Omdat de afspraken uit het Kyoto-protocol
in 2012 aflopen, is het van belang om uiterlijk in 2008 afspraken
te maken over wat er daarna moet gebeuren. Volgens Van Geel zijn de
afspraken uit het Kyoto-protocol nog maar een eerste stap en moet
er veel meer gebeuren om de gevaren van klimaatverandering tegen te
gaan. De EU heeft tijdens het Nederlandse voorzitterschap
vastgelegd dat industrielanden, inclusief de Verenigde Staten, de
uitstoot van broeikasgassen met 15-30% in 2020 en 60-80% in 2050
moeten terugdringen. Daarvoor is ook de deelname snelgroeiende
ontwikkelingslanden nodig.

bron:VROM