Eindelijk! Na New York, Londen, Rome,
Berlijn en Parijs, krijgen ook Amsterdam en Utrecht een eigen
Flamencofestival en wel van 9 tot 12 november. De organisatoren
Stichting PerpetuumM/Ernestina van de Noort en
Wereldculturencentrum RASA te Utrecht willen met deze 1e
Nederlandse Flamencobiënnale de bouwstenen leggen voor een
klinkende flamencofestivaltraditie in Nederland. Vier dagen lang
kunnen flamencobeoefenaars en liefhebbers (aficionados) zich in
RASA (Utrecht) en het MUZIEKGEBOUW aan ‘t IJ en het BIMHUIS
(Amsterdam) laven aan de eeuwenoude ritmes uit Andalusië in
diverse uitingsvormen en gedaanten.

Het festival biedt niet alleen plaats aan
intieme flamencomomenten waarin alleen de stem en de gitaar
volstaan, maar toont flamenco ook als een eigentijdse en
eigenzinnige kunstvorm die groots ontstijgt uit haar wortels. De
voorstellingen, uitgevoerd door artiesten die de top van de
hedendaagse Spaanse flamenco uitmaken (en waarvan het merendeel nog
nooit eerder in Nederland te bewonderen was), laten zien hoe zich
op het Iberisch schiereiland de laatste jaren een nieuwe lichting
jonge vertolkers en uitvoerders heeft gevormd die de flamenco op
bijzondere wijze innoveert; vanuit de moderne dans, het theater, de
jazz, de blues, maar ook via dwarsverbindingen naar de bron (India,
Pakistan) of overzee (Cuba).

Deze eerste editie gaat spectaculair van
start met een sterprogrammering en spraakmakende primeurs. De
voorhoede van de hedendaagse flamencodans is vertegenwoordigd met
Belén Maya en Israel Galván. Beide dansers
onderzoeken op een uiterst persoonlijke manier hun
flamenco-erfgoed. Galván, wel ‘de Nijinski van de
flamenco’ genoemd, gaat op revolutionaire wijze aan de slag
met de traditie op de rauwe stem van Fernando Terremoto en de
gitaar van Alfredo Lagos. Belén Maya, dochter van de
legendarische Mario Maya, spreekt haar eigen taal in
‘Dibujos’ de openingsvoorstelling in Amsterdam van deze
Biënnale. Vrouwelijk en fijnzinnig schetst ze haar
flamencofiguren via een chaconne van Bach naar een seguiriyas en
soleá, de oergezangen van de flamenco.

Een vocale ontmoeting op topniveau is de
dialoog tussen qawwali-meester Faiz-ali-Faiz, muzikale volgeling
van de grote Nusrat Fateh Ali Khan uit Pakistan (een van de
regio’s waaruit de zigeuners voortkomen) en Duquende,
zigeuner uit Barcelona en volgens sommigen de absolute opvolger van
de legendarische Camarón de la Isla. Oude soefi lofzangen
verweven zich met de cante jondo, de zware, diepe zang uit
Andalusië en de gitaar van Chicuelo, een van leidende jonge
gitaristen van dit moment. De voorstelling qawwali-flamenco is een
dialoog tussen twee grootmeesters van de zang en tussen twee
culturen.

Een van de belangrijkste exponenten van de
hedendaagse flamencogitaar is Juan Manuel Cañizares. Hij
ontwikkelde zijn eigen stijl naast grootmeester Paco de
Lucía, met wie hij tien jaar samenwerkte. Cañizares
vestigde zowel binnen als buiten de flamenco zijn naam door zijn
verbazingwekkende virtuositeit die hij paart aan een gevoeligheid
in spel en compositie. Met zijn Cañizares Flamenco Trio
presenteert hij zich voor het eerst in Nederland. Miguel Angel
Cortés is een andere ster van de moderne flamencogitaar.
Zijn fijngevoelige melodieën zijn te horen in een bijzonder
solorecital. Cortés en Cañizares zijn beiden
begeleiders van flamencolibertijn Enrique Morente, gedurfd
vernieuwer van de zang.

Bassist Carles Benavent,
saxofonist/fluitist Jorge Pardo en slagwerker Tino Di Geraldo zijn
onontkoombare referentiepunten in de ‘nieuwe flamenco.’
Dit trio vervult een sleutelrol in de introductie van flamenco in
het internationale jazzcircuit en laat horen hoe jazz flamenco is
of hoe flamenco jazz. Benavent en Pardo waren jarenlang de vaste
begeleiders van Paco de Lucía met wie ze

aan de wieg stonden van revolutionaire
veranderingen in de flamenco door nieuwe instrumenten aan de
traditionele gitaar en het handgeklap – de palmas - toe te
voegen.

Een nieuw instrument incorporeren in het
cuadro flamenco, dat doet ook Raúl Rodríguez met zijn
Cubaanse très in zijn groep Son de la Frontera. De Cubaanse
gitaar en de flamencogitaar klinken sprankelend samen in de oude
ritmes uit Morón de la Frontera, een stadje in
Andalusië dat bekend staat om de bulería de
Morón.

De groep is voor de tweede keer in
Nederland na hun succesvolle optreden tijdens het Q-ba
Música Festival 2004 en presenteert (na het Womex
openingsgala in Sevilla op 27 oktober) voor het eerst in het
buitenland hun tweede CD Cal. SDLF speelt onder meer in een
speciaal dubbelprogramma met het ensemble van de jonge
veelbelovende Cubaanse flamencodanseres Yasaray Rodríguez.
Deze avond staat in het teken staat van de Cantes de ida y Vuelta,
de ritmes die heen en weer pendelden tussen Spanje en Cuba, de oude
en de nieuwe wereld.

De zigeunertraditie wordt tijdens het
festival bewaakt door Tomás de Perrate, telg uit de beroemde
zangdynastie Perrate uit Utrera, een van de belangrijkste
zangbolwerken in de provincie Sevilla. Hij is het kleinkind van
grote Manuel Torres, van wie gezegd werd dat hij ‘de
ingewanden uit je haalde, het bloed uit je lijf deed
wegstromen’ als hij inspiratie had.

In het kader van de flamencostedenbond
Utrecht-Utrera wordt voor het festival een speciaal Utreraprogramma
samengesteld i.s.m. Centro Flamenco Utrera en Mascha Meijman,
danseres van de Nederlandse groep La Primavera. Ander Nederlands
flamencotalent is vertegenwoordigd met Luna y Alta Mar, o.l.v. de
Nederlandse danseres La Kika. Haar nieuwe
flamencotheatervoorstelling Paisajes gaat op het festival in
première.

Het eerste flamencofestival in Spanje werd
ooit in Utrera gehouden in 1957. Het is dan ook passend dat het
Utrechtse programma van deze 1e Nederlandse Flamencobiennale met
Tomás de Perrate wordt afgesloten, in de beste
zigeunerfamilietradie, met Perraterías.

Cante, baile, toque, (zang, dans, gitaar);
alle drie flamencomodaliteiten komen prominent aan bod in de eerste
editie van deze Nederlandse Flamencobiënnale. Wie weet komt
bij al deze ritmes de ‘duende’ om de hoek kijken, het
onuitsprekelijke moment wanneer zanger, danser en gitarist een
chemie bereiken die overslaat naar het publiek en ons even een
glimp van het onzichtbare gunnen. Volgens dichter Federíco
García Lorca is duende ‘de ongrijpbare kracht die
iedereen voelt, die geen enkele filosoof verklaart en die zich
verschuilt in de zwarte klanken die zich in raadselen
hullen.’ Volgens Lorca die in 1922 met componist Manuel de
Falla het eerste flamencoconcours hield moet je duende zoeken
‘…in de achterste vertrekken van het bloed. Om haar te
vinden, is er geen kaart of oefening beschikbaar. Men weet alleen
dat ze schroeit, uitput, alle zoete aangeleerde geometrie verwerpt,
en door alle stijlen heen breekt.’

Deze 1e NEDERLANDSE FLAMENCOBIENNALE gaat
grensoverschrijdend van start. Vier dagen lang met 11
voorstellingen zal Het MUZIEKGEBOUW AAN HET IJ, het BIMHUIS en
Wereldculturencentrum RASA zinderen van flamenco. De concerten
worden omlijst met lezingen door gerenommeerde flamencologen,
films, documentaires, workshops, masterclasses, exposities en
afterparties.

Bron: Stichting PerpetuumM