De Nederlandse economie is in 2004, na twee jaar zonder groei, met 1,7 procent gegroeid. Ondanks deze opleving was de groei in ons land nog steeds lager dan in de EU-25, de VS en Japan. De huidige economische opleving is ook veel minder krachtig dan in vorige periodes van economisch herstel. De werkgelegenheid is in 2004 met 1,6 procent gedaald, terwijl de werkloosheid opliep naar 6,5 procent. De arbeidsproductiviteit steeg sterk. Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens daalde in 2004 opnieuw.

Uitvoer motor economie
De Nederlandse export kende in 2004 met 8,5 procent de sterkste groei sinds 2000. Daarmee heeft de uitvoer de rol van motor overgenomen van de overheidsbestedingen. De Nederlandse uitvoer groeide meer dan die van Duitsland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk. Dat kwam vooral door de wederuitvoer, die in 2004 met bijna 20 procent steeg. De uitvoer van in Nederland geproduceerde goederen nam slechts met 2 procent toe en bleef achter bij de groei van de voor Nederland relevante wereldhandel. Vooral de groothandel en transport profiteerden van de sterk aangetrokken wederuitvoer.

Loonkosten stijgen steeds minder
De CAO-lonen zijn in 2004 gemiddeld veel minder sterk gestegen dan de voorgaande jaren. De lonen stegen met 1,2 procent. Ook de stijging van de loonkosten per arbeidsjaar is sterk afgenomen. De loonkostenstijging van 3 procent was wel groter dan de stijging van de CAO-lonen. Dat  werd voor een belangrijk deel veroorzaakt door de sterk gestegen pensioenpremies ten laste van werkgevers.

De loonkosten per eenheid product in de marktsector daalden in 2004 met 1,1 procent. Dat is de resultante van de lage loonstijging en de hoge toename van de arbeidsproductiviteit. Door de daling van de loonkosten per eenheid product is de winstgevendheid van de marktsector in 2004 licht gestegen. Vooral in de industrie, de bouw, het transport en de groothandel verbeterde de winstgevendheid. In de detailhandel en de landbouw nam de winstgevendheid echter af.

Koopkracht opnieuw gedaald
Het beschikbaar inkomen van alle huishoudens was in 2004 vrijwel gelijk aan dat van een jaar eerder. De inkomsten uit lonen, sociale uitkeringen en pensioenen stegen nauwelijks, terwijl de huishoudens aanzienlijk meer kwijt waren aan belastingen en premies. Vooral de afgedragen pensioenpremies stegen fors, namelijk met 9 procent. Rekening houdend met de inflatie is het reëel beschikbaar inkomen met 1,4 procent gedaald.

Werkloosheid verder opgelopen, maar vacatures gestegen
De werkgelegenheid daalde in 2004 met 1,6 procent. Dat is de sterkste terugval in twintig jaar. Het werkloosheidspercentage liep vorig jaar op naar 6,5. Onder jongeren is het werkloosheidspercentage als gebruikelijk het hoogst. Verder steeg het aantal werkloze ouderen snel.

In 2004 is voor het eerst sinds zeer lange tijd de arbeidsparticipatie licht gedaald. Het aantal werklozen steeg met 83 duizend, terwijl het aantal werkzame personen met 117 duizend daalde. Vooral het aantal jongeren dat actief is op de arbeidsmarkt is sterk gedaald. Onder 50-plussers stijgt de arbeidsparticipatie onverminderd door.

Het aantal openstaande vacatures is in de loop van 2004 gaan stijgen. Vooral in de commerciële dienstverlening en dan met name in de ICT- en de uitzendbranche waren er meer vacatures.

Verder in De Nederlandse economie 2004
In De Nederlandse economie 2004 wordt verder aandacht besteed aan onder andere de volgende thema's:

- Uit onderzoek blijkt dat de prijs van ruwe aardolie een bepalende factor is voor de afzetprijzen van de Nederlandse industrie. Op de wat langere termijn spelen daarnaast ook andere kostenfactoren een rol zoals producentenprijzen en CAO-lonen.

- De uitstoot van broeikasgassen is in 2004 in ongeveer dezelfde mate gegroeid als de economie. De transportsector heeft een belangrijk aandeel in deze emissie, voornamelijk ten behoeve van de export.

- Er is een nieuwe methode ontwikkeld voor het bepalen van de omvang van de kapitaalgoederenvoorraad. Dat is van belang om de productiviteit goed te kunnen meten.

- Het aanvullend pensioeninkomen van mannen ligt gemiddeld genomen hoger dan bij vrouwen. Gescheiden gepensioneerden hebben het laagste aanvullend pensioeninkomen.

- De arbeidsparticipatie van ouderen is sinds de jaren negentig gestegen. Dit komt vooral doordat ouderen langer blijven werken en minder door de herintreding van ouderen.

- De arbeidsproductiviteit in het bedrijfsleven groeide het afgelopen decennium met gemiddeld 1,9 procent per jaar. Er is nauwelijks verschil in productiviteitsstijging tussen de industrie en de commerciële dienstverlening.

- Bij hoogconjunctuur zijn er meer baanwisselingen dan bij laagconjunctuur. Vrouwen vertonen meer dynamiek op de arbeidsmarkt dan mannen en jongeren meer dan ouderen.

bron:CBS