Het Commissariaat voor de Media(NvdM)
heeft vastgesteld dat de Kijkwijzer, het instrument van het
Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media
(NICAM), waarmee de branche het audiovisuele mediaanbod
classificeert op schadelijke effecten voor jeugdige kijkers, in het
algemeen uitstekend werkt.

Tot die conclusie komt het Commissariaat
na analyse van de gegevens uit het rapport NICAM Kwaliteitsbewaking
2006. Sinds 1 januari 2005 is het Commissariaat belast met het
metatoezicht op zowel de kwaliteitscontrole van het NICAM als op de
criteria die het instituut gebruikt om te bepalen of de
classificatie betrouwbaar, valide, stabiel, consistent en
nauwkeurig is. De steekproef voor het kwaliteitsonderzoek wordt
jaarlijks in overleg met het Commissariaat opgezet en vastgelegd.
Ook over de gegevens die in het rapport van het NICAM worden
opgenomen, hebben partijen in een convenant afspraken gemaakt.

Uit de kwaliteitscontrole van het NICAM
blijkt dat de welbekende pictogrammen een goede indicatie geven van
de mogelijke schadelijke elementen van mediaproducties en dat het
tijdstip van programmering in vrijwel alle gevallen in lijn is met
de classificatie.

Ondanks deze goede resultaten zijn er
regelmatig kritische geluiden over het functioneren van de
Kijkwijzer te beluisteren. Nu is gebleken dat het
classificatiesysteem goed werkt, rijst het vermoeden dat de kritiek
is terug te voeren op verwarring over de begrippen
‘schadelijkheid’ en ‘geschiktheid’.

De Kijkwijzer classificeert uitsluitend op
schadelijkheid voor minderjarigen en laat de geschiktheid van de
programma’s buiten beschouwing. Een film met grof taalgebruik
kan door ouders of opvoeders weliswaar als ongeschikt voor hun
kroost worden beschouwd, maar dat wil nog niet zeggen dat de film
ook schadelijk is voor de jeugdige kijker. Het NICAM beraadt zich
op een manier om in de toekomst ook informatie over de mate van
geschiktheid van audiovisuele content te geven.

bron:CvdM