niet-Nederlandse achternaam leidt tot verboden onderscheid



De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft geoordeeld dat een specialistisch bouwbedrijf zich schuldig heeft gemaakt aan verboden onderscheid op grond van ras door niet in te gaan op de sollicitatie van een man met een niet-Nederlandse achternaam. De CGB acht dat er voldoende feiten aanwezig zijn die onderscheid kunnen doen vermoeden nu een vriend van de betreffende sollicitant met praktisch dezelfde inhoudelijk luidende open sollicitatie maar met Nederlandse achternaam, wél werd uitgenodigd voor een gesprek.

Verzoeker is van niet-Nederlandse afkomst maar heeft wel de Nederlandse nationaliteit. Verzoeker heeft per e-mail een open sollicitatie naar het bouwbedrijf gestuurd. Het bedrijf is niet ingegaan op deze sollicitatie.
Een vriend van verzoeker van Nederlandse afkomst heeft enkele dagen later per e-mail ook een open sollicitatie naar het bedrijf gestuurd met ongeveer dezelfde inhoud als de
e-mail van verzoeker. Het bouwbedrijf heeft de vriend van verzoeker verzocht zijn telefoonnummer te verstrekken zodat er een afspraak kon worden gemaakt voor een gesprek.

De CGB is van oordeel dat verzoeker voldoende feiten heeft aangevoerd die onderscheid op grond van ras kunnen doen vermoeden, nu het belangrijkste verschil tussen de twee sollicitatiebrieven zit in de achternaam van de afzender.
Het bouwbedrijf is er niet in geslaagd om te bewijzen dat zij naar aanleiding van de sollicitatie van verzoeker een telefoongesprek met verzoeker heeft gevoerd om te informeren naar zijn opleiding en werkervaring en op grond daarvan gebrek aan werkervaring vast te stellen waardoor het bedrijf geen verdere procedure met verzoeker is aangegaan. Het bedrijf heeft dan ook verboden onderscheid gemaakt op grond van ras door afwijzend te reageren op verzoekers sollicitatie vanwege zijn niet-Nederlandse achternaam.

Ongelijke behandeling op grond van ras komt met name voor op het terrein van arbeid, zo blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door R&M Matrix in opdracht van de CGB (2004). Ongelijke behandeling op het terrein van het aangaan van arbeidsrelatie/ sollicitatie is met 24% een van de meest genoemde terreinen waarbij werd gediscrimineerd. Toch krijgt de CGB relatief weinig verzoeken binnen op grond van ras bij werving en selectie. Sinds 1995 heeft de CGB nog maar enkele keren geoordeeld op grond van ras bij werving en selectie
Uit het aangehaalde onderzoek kwam verder naar voren dat voor veel respondenten met een etnische achtergrond in de eerste plaats vaak onduidelijk is dat men bij de CGB een klacht kan indienen met betrekking tot ongelijke behandeling. Verder speelt de angst voor de gevolgen mee bij het melden van een geval.

In Nederland moet iedereen gelijk behandeld worden. De gelijkebehandelingswetgeving regelt dit. De Commissie Gelijke Behandeling is in 1994 bij wet ingesteld om deze wetgeving te handhaven. De Commissie is een onafhankelijk college. Als burgers of instellingen een probleem op het gebied van gelijke behandeling voorleggen, velt de CGB daarover een objectief oordeel.

bron:CGB



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: