Nieuwe aanpak schuldsaneringsregeling



Er komen nieuwe regels voor mensen die naar de rechter stappen om van
hun schuldenlast af te komen. Dit blijkt uit een wetsvoorstel dat
minister Donner vandaag bij de Tweede Kamer heeft ingediend. Het gaat
om een wijziging van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp)
uit 1998.

De wet biedt schuldenaren de mogelijkheid na drie, maximaal vijf jaar
schuldenvrij te zijn. Zij kunnen dan met een schone lei beginnen en
weer volwaardig aan de maatschappij deelnemen.De sanering kent een
streng regime
onder toezicht van een bewindvoerder en komt pas in beeld als een
minnelijke schikking aantoonbaar faalt. Het aantal Wnsp-zaken steeg van
9600 in 2002 naar 10.500 in 2003.

De uitvoering van de huidige Wsnp blijkt anders en vooral bewerkelijker
dan was voorzien. Veel mensen blijken niet in staat zich aan de
verplichtingen van de saneringsregeling te houden omdat hun problemen
meer psychosociaal dan financieel van aard zijn. Het gevolg is dat
rechters en bewindvoerders overbelast raken en dat mede door de
zorgelijke economische situatie de regeling onuitvoerbaar dreigt te
worden.

Daarom wil minister Donner de huidige saneringsregeling niet alleen
vereenvoudigen, maar ook de toegang tot de regeling beperken tot die
schuldenaren voor wie de regeling een daadwerkelijke oplossing voor hun
problemen biedt en van wie verwacht mag worden dat zij de regeling tot
een goed einde brengen. De Wsnp moet, juist bij economische tegenwind,
bereikbaar blijven voor wie te goeder trouw is, oprecht en actief heeft
geprobeerd met zijn schuldeisers tot een schikking te komen en voor wie
geen andere keuze overblijft dan een beroep op de rechter. Voor deze
groep schuldenaren is de schuldsaneringsregeling oorspronkelijk bedoeld.
Om het minnelijk traject te versterken en tegelijk de instroom van
zaken beheersbaar te houden, wil de bewindsman de mogelijkheden voor
een gedwongen schuldregeling verbeteren (dwangakkoord). Schuldeisers
die ten onrechte weigeren mee te werken aan een minnelijke schikking
kunnen daartoe op verzoek van de schuldenaar alsnog worden gedwongen.
Beslist de rechter in het voordeel van de aanvrager, dan is behandeling
van de Wsnp-aanvraag niet meer nodig.

Daarnaast moet de schuldenaar voortaan schriftelijk aangeven waarom hij
zijn schulden niet meer kan betalen en dat hij bereid is zich aan de
verplichtingen van de regeling te houden. Dit moet een lichtvaardig
beroep op de saneringsregeling voorkomen.

Bovendien verdwijnt het verplichte saneringsplan dat in de praktijk
nogal omslachtig is, veel administratie met zich meebrengt voor
rechters en bewindvoerders en weinig toevoegt aan het gehele
saneringstraject. In een saneringsplan staan afspraken met de
schuldenaar over het verloop van de regeling.

Ten slotte staat er in het wetsvoorstel dat ontruimingsvonnissen wegens
huurschulden uit de periode v��r de schuldsanering tijdens de duur van
de regeling niet uitgevoerd worden. Dit voorkomt dat de schuldenaar een
slechte start maakt omdat hij aan het begin van de sanering uit zijn
huis wordt gezet. Voorwaarde daarbij is dat de huur verder tijdig wordt
betaald.

Bron: Ministerie van Justitie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: