Nieuwe indeling CWI betekent stap achteruit voor werkzoekenden



Werkzoekenden worden beslist niet wijzer van de nieuwe aanpak van Centra voor Werk en Inkomen (CWI's). FNV Bondgenoten heeft na een enquête onder meer dan 500 cliënten van vijf CWI regio's moeten concluderen dat de mensen bijzonder slecht geïnformeerd worden over hun rechten en mogelijkheden. Direct gevolg zal zijn dat de CWI's minder aan reïntegratie besteden en dat minder mensen ook individuele begeleiding gaan krijgen.

Wie bij de meeste CWI loketten aanklopt wordt nu ingedeeld in 1 (kansrijk) tot en met 4 (onbemiddelbaar) met de daarbij passende begeleiding. Volgens de nieuwe fase-indeling moet een werkzoekende het eerste halfjaar in fase A op eigen gelegenheid aan de slag zien te komen. Pas in fase B komt er zicht op begeleiding. Dat kan in de vorm van schrijf- en sollicitatietraining, coaching of een Reïntegratie-traject. In Amsterdam, Apeldoorn, Alphen aan de Rijn, Utrecht en Hoorn lopen experimenten met deze zogenaamde A-B indeling van werkzoekenden.

Op papier moet de nieuwe methodiek van het CWI mensen vlotter aan een baan helpen. De praktijk wijst echter uit dat mensen slecht op de hoogte zijn van hun rechten, zoals het individuele reïntegratie-traject en de onafhankelijke arbeidsadviseur. De twee-fasenindeling lijkt zo vooral bedoeld om de CWI's te ontlasten. FNV Bondgenoten vindt juist dat werkzoekenden zoveel mogelijk informatie en ondersteuning op maat moeten krijgen. Om inzicht te krijgen in wat mensen weten, heeft de vakbond een enquête gehouden onder werkzoekenden in vijf CWI-regio's waar het experiment loopt.

Van de 537 ondervraagden weet 54 % niet dat ze in een fase worden ingedeeld en dat die fase hun afstand tot de arbeidsmarkt en de mate van ondersteuning bepaalt. Daarnaast is 72% van de mensen niet op de hoogte dat zij onder een nieuw systeem (A-B) vallen. 80% is weliswaar akkoord met het traject waarin ze zijn ingedeeld, maar weten meestal niet dat ze in beroep kunnen gaan (72%). Het Reïntegratie-traject is bekend bij 43% van de ondervraagden. Als de mensen op de hoogte zijn van de mogelijkheden van het reintegratie-traject dan maken ze er soms gebruik van (57%). Daarvan heeft 82% matig tot slechte ervaringen. Het kleine deel dat bekend is met de nieuwe A-B indeling (28%) kent meestal ook (85%) zijn eigen indeling via de contactpersoon van het CWI. Wie het IRO niet kent geeft meestal (78%) aan dat ze er wel gebruik van willen maken. Slechts 22 % kent deze Individuele Reïntegratie Overeenkomst. Wie die kennis heeft, is (53%) meest positief (in Hoorn 71%). Ook de onafhankelijke arbeidsadviseur van het CWI is een relatief onbekend fenomeen: slechts 24% weet dat ze zo'n adviseur kunnen inschakelen.

'CWI zou zich meer moeten inspannen voor de mensen maar is nu nodeloos bezig met hen nieuwe etiketjes op te plakken.' vindt bestuurder Joyce Westhoek van FNV Bondgenoten. 'De eerste zes maanden laten ze iedereen zwemmen. Het gaat er juist om dat mensen meteen zodra ze werkeloos zijn de ondersteuning krijgen waar ze recht op hebben. Door informatie selectief of laat aan te bieden werpt het CWI extra obstakels bij het vinden van een baan.' De vakbond gaat de resultaten van haar enquête aanbieden aan de CWI's en aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ze blijft aandringen op passende ondersteuning van werkzoekenden.

bron:FNV



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: