Minister Donner heeft vandaag bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat een aantal verbeteringen van vooral praktische aard aanbrengt in de regeling van het hoger beroep in strafzaken.

Zo wordt voorgesteld dat de partij die in beroep gaat - openbaar ministerie of verdachte - zijn bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg duidelijk moet maken. De kwaliteit van behandeling verbetert als deze zich concentreert op zaken waarover verschil van mening bestaat. Bovendien wordt zo voorkomen dat zonder noodzaak opnieuw wordt beslist over zaken waarover OM en verdediging geen verschil van mening hebben. Deze regeling ondersteunt de huidige praktijk waarin de gerechtshoven de behandeling zoveel mogelijk proberen te concentreren op die punten die echt nieuw onderzoek verdienen. Het wetsvoorstel sluit wat dit betreft grotendeels aan bij de aanbevelingen van de onderzoekers van het project Strafvordering 2001 waarin verbetering van de kwaliteit van de strafprocedure voorop staat.

De regeling van het hoger beroep in lichte strafzaken wordt enigszins aangepast. Voor veroordelingen tot een geldboete van niet meer dan E 500 wordt een toelatingprocedure voorgesteld. De voorzitter van de strafkamer van het gerechtshof beslist of er een goede reden is voor een behandeling van het hoger beroep. Zo blijft de mogelijkheid bestaan in deze zaken correcties aan te brengen, terwijl het instellen van hoger beroep louter ter verkrijging van uitstel wordt tegengegaan. Het kan gaan om uiteenlopende zaken als een winkeldiefstal, huisvredebreuk of milieudelicten.

bron:MinJus