De Braziliaanse onderzoeker Valteir Martins heeft de klankstructuur gereconstrueerd van de voorloper van een aantal talen die door Indianen in het Amazonegebied worden gesproken. Bovendien toonde hij aan dat de Makàº-talen genetisch samenhangen met de Arawak-talen. Martins promoveert vandaag, 13 april, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op dit onderzoek dat werd gefinancierd door de NWO-stichting Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen en Ontwikkelingslanden.

Valteir Martins vergeleek de resultaten van de bestaande onderzoeken naar Makàº-talen. Bovendien werkte hij zelf vele jaren met sprekers van de diverse talen van de Makàº-familie. De promovendus stelde vast dat de moderne Makàº-talen kunnen worden verdeeld in twee groepen, een oostelijke Braziliaanse tak en een westelijke Columbiaanse tak. Bovendien reconstrueerde hij de klankstructuur van de voorloper van de Braziliaanse Makàº-talen, het Proto-Oost-Makàº.

De Braziliaanse tak van de taalfamilie omvat de indianentalen Nadëb (300 sprekers), Kuyawi (130), Hupda (1900), Yuhup (400, op de Colombiaanse/Braziliaanse grens), en Dà¢w (65). De Colombiaanse tak omvat de talen Nukak (700), Kakua (125), en het breder verspreide Puinave (2000).

De meeste oudere classificaties van de talen die worden gesproken in het Amazonegebied zijn gebaseerd op onvolledige verslagen van Europese ontdekkingsreizigers in het begin van de vor igeeeuw.Dezemeestal geleerde reizigers gingen uit van de fonetische gelijkenis van woorden om de talen in families te groeperen. De Braziliaanse Makàº-talen zijn echter op een misleidende wijze geëvolueerd. Hierdoor konden de eerdere taalcomparatisten de door promovendus Martins aangetoonde relatie tussen de Makàº-talen en de andere taalfamilies niet ontdekken.

De woorden van de oostelijke Makàº-talen zijn gedurende hun geschiedenis steeds korter geworden, doordat er bijvoorbeeld binnen woorden en aan het woordeinde onbeklemtoonde lettergrepen wegvielen. Uiteindelijk bestonden de meeste woorden nog maar uit een lettergreep. Misschien als compensatie voor de steeds kortere woorden, verhoogden de sprekers van deze talen het aantal klinkers. Ook ontwikkelden de talen een systeem van toonhoogteopposities, waarmee woorden wat klankvorm en betekenis betreft van elkaar konden worden onderscheiden. Deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de Makàº-talen heel anders klinken dan de andere Amazonetalen.

Vanwege de wat uitzonderlijke structuur van hun talen, claimden sommige onderzoekers dat de Makàº-indianen de eerste bewoners van de Amazoneregio moesten zijn. De door Martins gereconstrueerde oertaal van de Braziliaanse Makàº-talen heeft echter zoveel gelijkenis met de Arawak-talen dat volgens Martins deze taalfamilies genetisch gerelateerd zijn. Hiermee is de vraag over het tijdstip van aankomst in de regio irrelevant geworden.

bron:NOWO