Selecteer een pagina

In de zaak van de afperser van onder meer
Erik de Vlieger wijst de rechtbank Amsterdam, zitting houdende te
Dordrecht, de vordering van de officier van justitie tot ontneming
van het wederrechtelijk verkregen voordeel grotendeels toe. Het van
De Vlieger afgeperste bedrag kan integraal worden ontnomen, hoewel
een deel van dat geld mogelijk bij anderen dan veroordeelde terecht
is gekomen.

Dit komt echter voor rekening en risico
van veroordeelde. Het door de officier van justitie veronderstelde
voordeel door de afpersingen die in de strafzaak niet aan
veroordeelde zijn ten laste zijn gelegd, wordt door de rechtbank
afgewezen. Er bestaan onvoldoende aanwijzingen dat veroordeelde
zich aan die afpersingen schuldig heeft gemaakt.

Bron: Rechtbank Dordrecht