Consumenten in ontwikkelingslanden hebben
op de lange termijn geen baat bij goedkope landbouwproducten uit
Europa. Sterker nog: de import van kippendeeltjes, tomaten en uien
uit het Westen werkt armoede in de hand. Dat zegt
ontwikkelingsorganisatie ICCO naar aanleiding van uitspraken van de
staatssecretaris voor Economische Zaken, gisteren in Schokland
tijdens het publieksevenement rond de Millenniumdoelen.

Staatssecretaris Heemskerk van Economische
Zaken stelt dat consumenten in ontwikkelingslanden gebaat zijn bij
vrijhandel met Europa, omdat ze daarmee toegang krijgen tot vaak
goedkopere Westerse landbouwproducten. Daarmee gaat hij echter
voorbij aan het feit dat diezelfde consumenten ook vaak de
producenten zijn van landbouwproducten.

Zeventig procent van de mensen in Afrika
bijvoorbeeld leeft van landbouw. Zij verwerven een inkomen uit
verkoop van de eigen producten. Door de invoer van goedkopere -
soms gesubsidieerde - Europese producten, kunnen ze hun waar niet
meer kwijt op de lokale markt, waardoor ze hun inkomsten verliezen.
Zij hebben minder geld voor schoolgeld, medicijnen en andere
essentiële basisbehoeften.

Handel is de motor voor ontwikkeling. Maar
ontwikkelingslanden hebben alleen profijt van handel als zij de
kans krijgen eerst hun eigen markt te ontwikkelen, voordat ze de
concurrentie aangaan met onze producten, aldus ICCO. Op de
website

www.aanpakkendiehandel.nl
zamelt ICCO handtekeningen in van mensen die pleiten voor eerlijke
handel met ontwikkelingslanden.

Landbouwproducten uit Europa spelen een
destructieve rol voor het gros van de mensen in landen van Afrika,
de Cariben en de Stille Oceaan, blijkt ook uit het pas verschenen
onderzoeksrapport 'Voedsel bedreigd'. De lokale productie van
landbouwproducten daalt, en heeft bovendien negatieve gevolgen voor
toeleveranciers, afnemers en de verwerkingsindustrie.

Dat is bijvoorbeeld te zien bij de export
van Nederlandse ingevroren kippendelen naar West-Afrika. Lokale
kippenboeren in Kameroen, Senegal en Ghana konden hierdoor hun
bedrijven sluiten. Maar ook de maïsboeren, die het kippenvoer
leverden, plukkers, slachtbedrijven en veeartsen hebben hieronder
ernstig te lijden. In Kameroen alleen al werden 111 duizend mensen
werkloos door de stijgende import. Onder druk van instanties als
IMF en Wereldbank is het voor deze landen vaak onmogelijk hun
sector te beschermen.

bron:ICCO