De Inspectie voor de
Sanctietoepassing (ISt)
is kritisch over de wijze waarop het OM
en de reclassering de feitelijke uitvoering van de toezichtstaken
borgen en bewaken. Er is een groot risico dat justitiabelen formeel
onder reclasseringstoezicht staan, waar feitelijk geen uitvoering
aan wordt gegeven. Minister Hirsch Ballin van Justitie heeft
vandaag het inspectierapport 'Ketenaansluiting reclassering en
OM' naar de Tweede Kamer gestuurd.

De ISt bekeek in
een themaonderzoek hoe het Openbaar Ministerie en de reclassering
met elkaar samenwerken. De reclassering in Nederland heeft een
belangrijke taak bij het uitvoering van toezicht op mensen die een
voorwaardelijke veroordeling hebben gekregen of die onder
voorwaarden zijn geschorst uit de preventieve hechtenis. In 2005
ging het toezicht op voorwaardelijk veroordeelden in 12 procent van
de gevallen binnen een maand van start nadat het vonnis
onherroepelijk werd. 50 Procent ging binnen drie maanden van start
en 77 procent binnen zes maanden. In 2005 ging het toezicht op
geschorsten uit

preventieve hechtenis in 39 procent binnen
een week van start en in 70 procent van de gevallen binnen een
maand.

De reclassering zou haar medewerkers beter
kunnen wijzen op de mogelijkheid van pre-toezicht, waarbij het
toezicht al start voordat een vonnis helemaal definitief is. De
minister zou voor de toezichtstaken een landelijke norm kunnen
opstellen waarbinnen een toezicht van start moet gaan.

Naast de uitvoering van toezicht heeft de
reclassering een belangrijke taak in de uitvoering van
taakstraffen. De ISt constateert op basis van alle taakstraffen die
in 2005 werden opgelegd, dat het gemiddeld 150 dagen duurt voordat
een bij vonnis opgelegde taakstraf ook daadwerkelijk van start
gaat. De kortste gemiddelde doorlooptijd in een arrondissement is
114 dagen en de langste 226 dagen. Voor taakstraffen die zonder
tussenkomst van de rechter zijn opgelegd, geldt dat ze sneller van
start gaan. Gemiddeld binnen 76 dagen, waarbij 125 dagen de langste
gemiddelde doorlooptijd in een arrondissement is en 45 dagen de
kortste. De Inspectie voor de Sanctietoepassing beveelt het
ministerie van Justitie aan om een landelijke norm vast te stellen
waarbinnen een taakstraf van start moet gaan. Het OM en de
reclassering moeten gestimuleerd worden om deze norm ook te halen.
De ISt constateert in het rapport dat in de meeste arrondissementen
sprake is van

structureel overleg tussen de reclassering
en het OM, maar beveelt de minister van

Justitie aan de verantwoordingscyclus van
de reclasseringsorganisaties aan het ministerie en het OM te
vereenvoudigen.

De minister van Justitie schrijft in een
reactie op het rapport aan de Tweede Kamer dat het onderzoek laat
zien dat de bereidheid tot afstemming tussen de reclassering en het
OM groot is en over het algemeen ook goed verloopt. Met name op het
terrein van taakstraffen en de rapportage van de reclassering aan
het OM over de naleving van de bijzondere voorwaarden oordeelt de
ISt positief.

Wat betreft het reclasseringstoezicht
schrijft de minister in zijn brief dat met het OM, DJI en de
reclasseringsorganisaties afspraken worden gemaakt worden om
voortaan het toezicht direct te starten nadat het vonnis juridisch
van kracht is geworden. De minister vindt het onwenselijk dat de
huidige praktijk het risico laat bestaan dat geen uitvoering wordt
gegeven aan het reclasseringstoezicht. Er komen daarom aanvullende
normen en kwaliteitscriteria voor het toezicht dat de reclassering
uitvoert. Ook zal per 1 januari 2007 in ieder arrondissement bij
elk parket één aanspreekpunt voor de rechterlijke
macht en de Dienst Justitiële Inrichtingen zijn ingericht.
Deze reclasseringsbalies zullen bewaken dat het toezicht
daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

Inspectie Sanctietoepassing

De Inspectie voor de
Sanctietoepassing
houdt toezicht op de
reclasseringsorganisaties en op alle landelijke diensten en
inrichtingen die onder de Dienst Justitiële Inrichtingen
vallen. De inspectie onderzoekt of de taken van deze verschillende
organisaties effectief en met voldoende kwaliteit worden
uitgevoerd. Bovendien houdt de inspectie toezicht op de naleving
van wet- en regelgeving.

De inspectie is onafhankelijk, maar
organisatorisch een onderdeel van het ministerie van Justitie.
Bevindingen van de inspectie worden gerapporteerd aan de minister
van Justitie.

bron:MinJus